En of het een blij wederzien was... Na vele uren vliegtuig zette Mieke een eerste keer voet aan grond in een niet-Europees land. Waar de liefde mensen niet toe aanzet en bergen doet verzetten. Moeder en dochter uiteraard in opperste stemming, ondanks een zware jetlag voor een door reisziekte getroffen moeder. Maar reisziekte is uiteraard bijzaak als je je dochter na een half jaar terugziet. De vonken vlogen er aan alle kanten af!

Aangezien wij van het backpacker gedeelte van de stad, dicht bij de rivier in de kronkelige straatjes van de oude stad, verhuisd waren naar het upmarketgedeelte (lees 'van een goedkoop hol naar een comfortabel hotel), moesten we een ganse weg afleggen naar de bezienswaardigheden die in het oude gedeelte van de stad liggen. In de smalle straatjes van Chinatown kon Mieke (net als ons hoor als we daar een eerste keer passeerden) haar ogen niet geloven van de rommel op straat bij de oud-ijzer handelaren. Eigenlijk maf om zien hoe ze verroeste stukken gewoon schoonkloppen of kuisen met een borstel met staaldraad, die vervolgens zilver schilderen of spuiten en terug als nieuw verkopen. Niet moeilijk dat hier al eens iets instort of begint te lekken.

Terug de belangrijkste bezienswaardigheden aangedaan, en dat is echt geen opgave in Bangkok. Iets wat we nog niet gedaan hadden, was Wat Arun, aan de overzijde van de rivier.

Een overvloed aan tempels en bouddha's zet uiteraard aan tot spiritualiteit...

... en daar krijg je dan weer honger en dorst van. Voor Mieke die noch van noodles, noch van rijst houdt, en zeker niet tegen spicy of gekruid eten kan, is Thailand uiteraard geen dankbaar land. Gelukkig kan je hier ook pizza vinden, en daar ben ik zelf uiteraard ook niet rouwig om.

Na een drietal dagen Bangkok, gevuld met sightseeing en shoppig (moeder en dochter zijn eens op boemel in de shopping geweest, maar ze hebben zich nog kunnen inhouden - wsl vooral omdat ze er nog lang mee moeten sleuren), hebben we een intern vluchtje gepakt naar Chiang Mai in het noorden. Caroline was er al geweest, ik nog niet. We vertrokken op de dag van de 82e verjaardag van de koning, die met zo'n 60 jaar op de troon de langst regerende vorst ter wereld is.
Aangekomen in Chiang Mai werd ons het leven makkelijk gemaakt en werden we opgepikt door Jan, reeds 30 jaar een vriend des huizes Veevaete, en al meer dan 10 jaar woonachtig in Chiang Mai. Een stad met slechts 1,6 miljoen inwoners, in vgl met de 10 miljoen van Bangkok, maar met evenveel tempels. Je wandelt letterlijk van de ene naar de andere, en soms moet je gewoon de straat oversteken. Op de ene moment denk je 'als je er 1 hebt gezien, heb je ze allemaal gezien', en dan draai je de hoek om en zie je weer een pareltje die je bekijk alsof je nog nooit een tempel in je leven hebt gezien. Hoewel ik na het zien van zovele tempels, het gadeslaan van de rituelen en bezigheden een andere mening heb gekregen over het bouddhistische geloof, of moet ik zeggen de bouddhistische business. Maar ik ga mij in dit berichtje eens niet te kritisch opstellen, en hou dat voor een andere keer. Jullie zouden mij eens beu kunnen worden en ervoor gaan opteren om de Standaard te gaan lezen.

Nog zo'n voordeel van iemand die de stad kent, eten in de beste plekjes die de stad te bieden heeft...

...en gaan naar mooie plekken waar enkel Thai komen, en geen toerist meer te zien is.

De volgende dagen gaan we een rondrit in het noorden van het land maken. Gedaan met het stadsleven en op naar de jungle.