vrijdag 29 januari 2010

Hong Kong

Hong Kong... Bijna waren we er niet geraakt. Bij het verzetten van onze laatste vlucht van het around-the-world ticket, van Australie naar Singapore, waren ze vergeten de rest van de vluchten heruit te geven. Gevolg: wij staan in Cambodja op de luchthaven en ze vinden ons niet in de vluchtlijst. Anderhalf uur praten en telefoontjes naar Australie als laatste hulpmiddel, maken dat we 15 minuten voor opstijgen toch groen licht krijgen.

Paar uur later ingechekt in een hotelletje en toch nog maar een klein wandelingetje gaan maken. Het eerste wat we zien als we zo'n 5 minuten aan het wandelen zijn is...





Kitch van jewelste misschien, maar toch ook indrukwekkend. Vanop Kwonloon, het enige stuk van Hong Kong verbonden met mainland China, zag je ondanks de mist, de permanente lichtshow op Hong Kong Island, een van de vele, maar wel het belangrijkste, eiland.

'Hong Kong' en 'neon', het rijmt niet voor niets. Deze stad is veruit het aantrekkelijkste by night, en de hoeveelheid neon doet hier niets vanaf, misschien integendeel.

Voor het kolonialefd Britse erfgoed, moet je zoeken tussen de hoogbouw. Deze stukjes 'geschiedenis' zijn doorgaans ook maar 150 of 100 jaar oud (de Britten zijn hier nog maar 13 jaar weg!), want voor het overige moet je hier niet veel cultuur zoeken. Voor de Opiumoorlogen tgv waarvan de Britten Hong Kong twee helft 19e eeuw hebben ingelijfd, waren hier enkel wat rudimentaire vissersdorpen. De Britten wilden tegen de Chinese keizers in opium van Bengalen verspreiden via en/of over China. De keizer moest van die 'buitenlandse modder' niet weten, maar de Britten zag er toen geen graten in om geld te verdienen aan dope die zij in-en uitvoerden uit hun andere kolonies. Zieltjeswinnen voor de Kerk wel, om daarna te verkopen aan de opium-duivel. Over dubbele moraal gesproken, maar dat maakt de geschiedenis vaak juist zo interessant.




En dat je hier naast prachtige wolkenkrabbers, ook vele lelijke vindt, hebben we ook mogen zien. Vandaag wonen hier 7 miljoen mensen, en de wolkenkrabber werd hier al gebouwd als ze bij ons nog geen 3e verdiep bouwden (bij wijze van spreken), maar je ziet hier dan ook wat koterij bij elkaar. Die bovendien dan nog waanzinnig duur is ook per vierkante meter.



Aan neon dus in zo goed als geen enkele straat gebrek. Opvallend was het aantal reclames voor 'sauna'. Rara hoe deze zo populair zijn. Zou het de Chinese variant zijn van de Zuid-Oost Aziatische Massage Parlours?



Wat we wel gemist hebben, de Chinese 'jonken'. In mijn beeld van Hong Kong, zijn deze Chinese schepen altijd een integraal onderdeel geweest. Een film over het schimmige en malafide HK uit de jaren tachtig, toonde ook beelden waar het vaak nog vol schepen lag. Vandaag de dag, 1 gerestaureerde jonk, die voor toeristische doeleinden wordt gebruik. Een tegenvaller. Hong Kong is de laatste 20 jaar enorm 'opgekuist', zoals Singapore, om de stad een mondialer uiterlijk te geven. Maar daarmee is toch ook een deel van de charme verdwenen volgens ons.



Morgenavond de nachtbus bus vanuit de Speciaal Economische Zone, Shjenzen, naar Guillin.

vrijdag 22 januari 2010

Laatste 2 weken Z-O Azie...

Wat hebben we de voorbije twee weken nog gedaan in Cambodja? Ik zou kunnen zeggen dat ik daar eens diep moet over nadenken, maar een gemakkelijker antwoord is ‘niet veel’.

Na Siem Reap zijn we naar de overkant van het grote Tongle Sap meer gegaan, naar het stadje Batambang. In de Lonely Planet geprijsd voor zijn gezellige sfeer, met vele Frans koloniale gebouwen aan de rivier. Weer een schromelijke overdrijving. Ondanks een van de grootste Cambodjaanse steden, een ongelofelijk slaperig hol. Welgeteld 1 dag daar gezeten, en dan nog grotendeels naar National Geografic en Discovery Channel kijkend. Het was er rustig, maar niets bijzonders te zien (en maar 1 foto genomen).

Dan naar het berucht Phnom Penh gegaan. PP is berucht voor zijn decadente nachtleven. Dat hebben we niet verkend, maar we hebben wel straffe verhalen gehoord. Zij het vooral van mannen. In PP vind je ook de beruchte Tuol Sleng gevangenis. De belangrijkste politieke gevangenis van de Khmer Rouge in het land tijdens de periode ’75-’79. De belangrijke gevangenen die ondervraagd moesten worden werden naar hier gebracht. Op enkele individuen na, heeft niemand dit overleefd. Al was het maar omdat niemand over het bestaan ervan kon berichtten. Andere gevangen werd onmiddellijk de kop ingeslagen in een lokale gevangenis of op het veld. In vier jaar tijd is 1/5e van de bevolking rechtstreeks of onrechtstreeks (ziekte en honger) gestorven onder een regime van hun eigen mensen. De gevangenis was in een oud schoolgebouw, waarin enkel wat muurtjes in de klasgebouwen zijn gemetseld om cellen na te bootsen, en een prikkeldraad rond de muren.Dus op een paar details, heeft het een ongelofelijke vredig indruk. Als je op de details let, en nadenkt over wat er zich hier heeft afgespeeld, besef je de tragedie die zich in een recent verleden in dit land heeft afgespeeld. 14000 mensen afgemaakt op 4 jaar tijd in deze gevangenis alleen, begraven in een van de vele killing fields buiten de stad. Dit is met moeite dertig jaar geleden. En vele mensen leven al dan niet zichtbaar met de gevolgen. Door het ganse land zie je mensen zonder handen of armen, soms ten gevolge van een anti-persoonsmijn die ontploft is, vaak omdat hun handen of armen afgehakt zijn als teken dat ze hun handen van de politiek moesten houden. Korte mouw (armen eraf) of lange mouw (‘enkel’ handen eraf) werd hun dan gevraagd: over vrijheid van keuze gesproken. En dan weten dat 30 jaar later het proces tegen bepaalde kopstukken nog moet beginnen. ‘Broeder nummer 1’, Pol Pot, en vele andere zijn ondertussen al gestorven. En de kleine garnalen, leven zonder represailles verder tussen de slachtoffers van weleer. Op eerste indruk is dit vandaag een vredig land, maar onderhuids voel je nog steeds de gevolgen van deze tragedie. Alsof de waanzinnige armoede en corruptie hier nog niet voldoende is.



PP hebben we na een paar dagen ook al achter ons gelaten om naar het zuiden te gaan, Sihanoukville. Een plekje aan zee, zoals je ze 30 jaar geleden in Thailand moet gehad hebben. Mooi water, maar geen verharde wegen, geen grote hotels, en niet teveel Britten en Duitsers. Maar wel een strand vol afval, bedelaars, gehandicapten, en verkopers. Ondanks de miserie die je hier tot op het strand blijft achtervolgen, is het hier wel een ontspannen sfeertje. Hier hebben we meer dan 10 dagen gezeten, niet veel zin meer om nog te bougeren, en vooral om onze volgende stap China voor te bereiden. Veel eten slapen, documentaires kijkend, lezend, over het strand wandelend,…



Een aantal boeken (over China, over mensenhandel in Z-O Azie, e.a) later, hebben we echt het gevoel klaar te zijn met Z-O Azie en in de mate van het mogelijk klaar te zijn voor China. Overmorgen terug naar PP, en de dag erna naar Hong Kong. We zijn dan wel klaar voor China in de mate van het mogelijke, maar kijken er tegelijk tegenop. Op een uitzondering na, hebben we alleen maar negatieve reiservaringen gehoord. Ene kerel die drie jaar met zijn fiets rond de wereld trap, hoewel hij maanden in China wilde fietsen, is na 1 week doorgegaan. Daarboven op gaan we van een gezellige warmte recht te koude in. Misschien nog een geluk met een ongeluk dat we maar een visum voor 1 maand gekregen hebben, want we planden eigenlijk langer te reizen. Gelukkig kunnen we vooraf en nadien nog wat in Hong Kong hangen zonder visum, om stil te wennen en af te kicken van China. Reisgidsen die op hun eerste bladzijde schrijven dat China een schitterend land is, met maar een nadeel, de Chinezen zelf, zegt toch veel. Maar bon, laten we er dan maar vanuit gaan dat het dan alleen kan meevallen. Een gewaarschuwd man is er twee waard zeker. We hebben een schitterende route uitgewerkt, en hopen dat de Chinezen onze ervaring van hun land niet te negatief zullen kleuren.

zaterdag 9 januari 2010

Angkor WHAT?? Angkor Wat!!

Onze eerste dagen Cambodja zitten erop en zijn op een punt na enorm meegevallen. Bij onze aankomst in Siem Reap waren we verrast door de hoeveelheid reuze hotels van hoog niveau. Niet dat deze van smaak getuigden, maar wij dachten te verdrinken in armoede en hier is weer veel geinvesteerd. Het is duidelijk dat de pakkettoerist Siem Reap ook gevonden heeft. Siem Reap drijft duidelijk op de Angkor toeristen. ‘s Avonds ingechekt, en op de gezellige avondmarkt in de stalletjes gaan eten voor belachelijk weinig geld, zo’n dollar a anderhalve dollar per gerecht.



‘s Morgens een fiets gehuurd, en voor drie dagen tussen de vele ruines, velden, en resterende jungle gaan zwerven.De ruines van Angkor, bestaan naast de gekende Angkor Wat uit vele tientallen prachtige, en zo’n hondertal andere Hindoeistische en Bouddhistische overblijfselen van een rijk dat bloeide tussen de 8e en de 12e eeuw en op zijn hoogtepunt naast Cambodja, ook de huidige Thailand, Laos en Vietnam dekte. Over vele kilometers verspreid, fiets je van de ene ruine naar de andere. De schoonheid van Angkor ligt wat ons betreft niet in de schoonheid of het pitoreske karakter van een gebouw, maar in het totale plaatje. Het geheel van alle ruines, maar zelfs individueel de meeste grote en prachtigste ruines, krijg je niet deftig op een normale foto. Het is allemaal te groot en te uitgestrekt. Als je je voorstelt hoe ze dat meer dan 1000 jaar geleden hebben aangepakt in dit klimaat en in deze jungle (nu schiet daar weer niet zo heel veel meer van over), is dat inderdaad een wereldwonder waardig.



De eerste dag fietsen hebben we bewust de hoogtepunten vermeden om op te bouwen en niet meteen overdonderd te worden en de kleinere ruines niet meer te kunnen apprecieren. Het fietsen op zich was enorm vermoeiend. Gelukkig was het zo vlak als een biljarttafel, en waren de wegen van goed tot zeer goed (het toeristen en Unesco geld leidt duidelijk tot verbeteringen in de infrastructuur), maar het was loeiheet en de fietsen waren rampzalig. Op het einde van de eerste dag het shit-moment van de voorbije dagen: fototoestel op een stilstaand moment uit de handen geglipt op het moment dat de lens openstond. Gevolg: ons twee toestel op deze reis naar de kl*te. Balen, balen, balen. En dat de dag voor we de hoogtepunten moesten aansnijden. Anders hadden we tenminste een aankoop tot in het goedkope Hong Kong kunnen uitstellen. Nu hebben we de pil maar meteen doorgeslikt en het tweede nieuwe fototoestel gekocht op enkele maanden tijd. Veel te duur, want op alle import wordt hier enorm veel taxen gerekend blijkbaar. Maar bon, naar Angkor Wat gaan zonder fototoestel leek ons nog belachelijker dan naar de oorlog gaan zonder wapen. In het tweede geval kan je nog zeggen dat je pacifist bent, in het eerste geval ben je gewoon gestoord. Na de eerste uren van dag twee verspild te hebben aan het zoeken van een deftig en betaalbaar toestel, op het heetst van de dag begonnen de hoogtepunten aan te snijden. De derde dag hebben we deze nog verder uitgediept, laat ons maar zeggen.

















Wat we ervan vonden? We vonden het geheel prachtiger dan de afzonderlijke delen. En dat geldt ook voor Angkor Wat. Het is het grootste religieuze bouwwerk ter wereld in oppervlakte, en dat daterende van de 11e eeuw, maar de grootsheid ligt ook voor een stuk aan de uitgestrekte grasvelden die mee in het heiligdom zijn opgenomen. Op zich zijn eindeloze grasvelden aanleggen midden in de jungle een verwezelijking op zich, maar onze lat zal te hoog liggen of de verwachtingen te hoog. Het feit dat ze aan zo goed als alle monumenten aan het restoreren zijn, is hoewel het uiteraard een noodzakelijk iets is, een element dat afbreuk doet aan het visuele effect. Hoewel er enorm veel oog voor detail is geweest in de eindeloze honderden meter frescco’s, of beter bas-reliefs, ligt de schoonheid van dit wereldwonder toch in de harmonie en de interactie van elk bouwwerk met zijn omgeving en in de grootsheid van het geheel. Onmogelijk om van op de grond een prachtige foto te trekken die een overkoepelend indruk van het geheel geeft. Je krijgt het er nooit op, en eens je erin bent, verdrink je in het geheel.

Iets wat ons minstens even hard getroffen heeft de eerste dagen, misschien weer het meest van als, zijn de mensen hier. Bij aankomst in Siem Reap, zagen we opmerkelijk veel sporen van rijkdom. Luxehotels, het hoogste percentage Lexus-wagens dat ik ooit gezien heb in een stad. Maar je moest niet teveel moeite doen in Siem Reap om de armoede, bedelaars, en prachtige maar verwaarloosde kinderen te zien. Eens uit Siem Reap, en op weg en in Angkor, zag je alleen maar armoede. In sommige gevallen worden kinderen zo snel ze kunnen wandelen en spreken ingeschakeld in het verkoopproces van fruit, gekopieerde bestsellers, prullaria van bandjes en ander hippie en backpackerszooi enz. En niemand geeft hier snel op, maar je kan ze geen ongelijk geven. En nooit is het continu afwimpelen zo moeilijk geweest, want nooit is de tegenstelling tussen de schoonheid van deze kinderen en de staat waarin ze erbij lopen voor ons zo groot geweest (met uitzondering van Carolines India ervaring). Maar gelukkig zijn er ook weer positieve noten. Twee woordjes Cambodjaans, en je werd, buiten de allerhardnekkigste volhouders, getrakteerd op een van de schitterendste en welgemeende glimlachen die je kon voorstellen. En waarom je weet dat de mensen hier nog oprecht zijn: in de meeste landen landen lachen mensen je vriendelijk toe aan het begin van de verkoop en zodra ze doorhebben dat het bij jou niet zal pakken, is het gedaan met de vriendelijkheid. Hier is het omgekeerd. De mensen zijn hier vaak wat terughoudend, op de sales-talk na, maar zelfs als ze botvangen, kunnen ze hun welgemeende interesse niet verstoppen. En dit aanstekelijk humeur gecombineerd met de rampzalige geschiedenis onder de Khmer Rouge en de aanhoudende armoede, leidt gelukkig tot veel prive- en publieke initiatieven om deze mensen te helpen uit hun armoede te raken: scholen, opleidingsprojecten, kleine en grote infrastructuurwerken. Het is duidelijk dat zo goed als alle hulp hier van buitenlands geld komt, en dat de verarmde en corrupte overheid andere prioriteiten heeft. Misschien om zo’n dik mogelijk Lexus te kopen?

Na drie dagen in de ruines te zwerven, houden we het voor bekeken, en trekken we maar eens verder naar Batambang.

maandag 4 januari 2010

Laos: prachtig in zijn eenvoud...

Laos heeft ons in vele opzichten zeer aangenaam verrast.

Vanuit Bangkok vlogen we naar Vientiane. Het contrast kon bijna niet groter zijn. Een hoofdstad waar amper meer dan 200.000 mensen wonen. Vientiane ligt aan de Mekong, maar heeft niet echt veel bezienswaardigheden. De bezienswaardigheden die in de Lonely Planet staan maken ons ook niet echt warm. Je kan het ook geen mooie stad noemen. Toch zijn we gecharmeerd door deze stad. Wetende dat dit trage ritme, de weinige mensen en wagens, de hoofdstad van een land vormt met toch zo’n 6,5 miljoen inwoners is echt bizar. Hier zijn de mensen nu eens echt laid back, rustig en vriendelijk, geen geroep, alles gezapig. En een groot voordeel, de Franse kolonisten hebben een deel van hun keuken achtergelaten. Overal Franse restaurants, en kraampjes die baguettes verkopen. Of misschien is het gewoon terug ingevoerd met de terugkomst van de blanke toerist? Echte Franse baguetten, een welkome afwisseling in het dieet van noodles en rijst.



Volgende stop was Vang Vieng. Amper 150 km van de hoofdstad, op een van de belangrijkste verkeersaders van het land, en toch 3 uur verplaatsing nodig hebben met een mini-van. Een vak in elke richting, met wat auto’s, overladen vrachtwagens, fietsers, paard en kar en spelende kinderen. De weg was geasfalteerd, waarschijnlijk door de Chinezen die voor miljoenen dollar infrastructuurwerken in Laos uitvoeren om zo cultureel en commercieel hun invloed dieper in de regio te kunnen doen voelen. Alle wegen die op deze baan uitgaven, waren daarentegen nog stoffige zandweggetjes.

Vang Vieng was een lelijk plekje, gelegen in een prachtige setting. Tegen een karstgebergte, omringd met velden, een rivier, grotten en poelen, zal ooit een basic dorpje gelegen hebben tot een bende hippies de schoonheid hiervan inzag. Met als gevolg dat meer en meer mensen komen, tot Belgen aan toe, er zoveel gebouwd wordt dat het dorpje op zich verschrikkelijk wordt. Wsl is 90% van de inkomsten van dit dorp gelinkt aan miserabele rugzaktoeristen. Maar vanaf je aan de rand van het dorpje was, aan de rivier, zag je de schoonheid van de plek. Georganiseerde excursies hebben we op 3 uitzonderingen na sinds Australie al niet meer gedaan van in Zuid-Amerika, en we hebben daar hoe langer hoe minder zin in. Als het niet onmogelijk is, doen we het op ons eigen. Fiets huren, en zonder plan (wegenplan en tijdsplan) de rivier over en fietsen tussen velden, karstgebergte, locale dorpjes bestaande uit enkele hutten langs dezelfde zandweg. Fietsen, kijken, begrijpen, genieten, en af en toe taxi spelen.







Volgende stad, Luang Prabang. Een door de Unesco beschermde cultureel erfgoed, en een van de hoogtepunten zo ver van onze reis. Prachtige plek. Het oude gedeelte ligt op een lange landtong tussen de Mekong en een andere rivier die in de Mekong vloeit. Een aantal banen vol Frans koloniale gebouwen en Bouddhistische tempels. In de Lonely Planet omschrijven ze deze plek als ‘perhaps the most sophisticated, photogenic city in het whole of South-East Asia’. Nu zijn we doorgaans nogal kritisch, t.o.v al die supperlatieven in de Lonely Planet, maar deze keer kunnen ze het wel eens bij het rechte eind hebben. Het is hier ongelofelijk rustig qua verkeer, mensen en toeristen, en op een vreemde manier toch bruisend. Zeer stijlvol, zonder trendy te zijn. Een ideale plek om wat dagen door te brengen, te wandelen in het stadje en aan de overkant van de rivieren in de keuterdorpjes, wat te lezen en lekker te eten. Een goede keuze om Nieuwjaar te vieren. Onze eerste Nieuwjaar ver van huis, zonder familie en vrienden, maar in een letterlijk en figuurlijk warme setting. Oudjaarsavond was gezellig maar rustig (hoewel we jullie uiteraard enorm gemist hebben), gaan eten, naar de meest trendy bar van’t stad (maar dat was een lachtertje) en rond 2 u bed in. Voordeel, een 1e januari met de kleinste kater ever.









Hier nog verschillende mensen ontmoet, maar twee springen eruit.

Jean (Zwitser en rechts op foto) en Nico (Duitser en links op foto), hebben we tot driemaal toe op de bizarste moment en plek tegengekomen. Jean reist al 30 jaar 3 maanden per jaar, en de rest van het jaar werkt hij wat in Zwitserland. Nico heeft een groot deel van zijn leven als executive in de toeristische sector gewerkt en bijgevolg ook veel gereisd. Jean woont gedeeltelijk in Java, Indonesie, en Nico had net een pied-a-terre gekocht in zo’n keuterdorp aan de overkant van Luang Prabang. Alletwee op hun manier zo zot als een deur, straffe verhalen, maar twee kerels die Zuid-Oost Azie zo goed als van buiten kenden, zowel gegrafisch als qua gewoontes en gang van zaken. En beide met een hekel aan blanke toeristen. Wat zijn wij dan? We zullen ons maar vereerd voelen dat ze eens een uitzondering maakten zeker?


Een ander koppel, naam nooit geweten en onbelangrijk, zijn de laaste 10 jaar van hun leven aan het reizen. Sinds hun 60, ondertussen dus 70, en voordien nooit gereisd, behalve de jaarlijkse 2 weken vakantie in een of ander zonnig Europees land. Dit is echt een verhaal dat laat zien dat alles mogelijk is, het nooit te laat, zolang je de moed en gezondheid hebt om avonturen aan te gaan. Ze verhuurden hun Engels huis en leefden daarvan samen met een pensioen, reeds tien jaar en zonder plan om ermee te stoppen. Hun kinderen zijn trots en soms jaloers op hun vrijheid, en de kleinkinderen reizen soms met hun mee. Elk jaar gaan ze een kleine maand terug naar Engeland om bij de familie te zijn en voor de rest Skype, internet en mobile phone.

De interessantste reizigers zijn vaak toch ouderlingen, vol ervaringen en een eigen en eigenzinnige kijk.



Ondertussen sluiten we Laos af. Normaal zouden we naar het zuiden reizen en zo in Cambodja trekken, maar de grens overgang tussen Laos en Cambodja is een ‘on-officiele’. Dat betekent dat je vooraf een visum moet regelen, wat steekpenningen aan de grens schuiven, ‘stempelrechten’ zoals ze dat noemen. Maar omdat het reizen ons verschillende dagen over land zou nemen, en we rustig wilden genieten van Luang Prabang, beslote we om naar Siem Riep, Cambodja te vliegen. Finaniceel niet aantrekkelijk om in de piekperiode vanuit een communistisch land met de nationale maatschappij te vliegen, maar wel wat comfortabeler.
Het volledig ingesloten Laos, net als het ingesloten Bolivie, zijn twee landen waar we niet per se veel van verwachtten, maar die ons alletwee enorm verrast hebben. Naar Laos komen we zeker eens terug. We hebben hier ook vele Thaise mensen ontmoet, die uit nostalgische reden naar hier komen, omdat Laos is zoals Thailand 30 jaar gelden, en Luang Prabang zoals Chiang Mail 30 jaar geleden. We hopen dat de bevolkingsgroei en economische groei van dit agrarisch land het pittureske, eerlijke en rustige niet zal verstoren. Maar we weten dat de evolutie niet te stoppen zal zijn, en bij deze hebben we er ook zelf toe bijgedragen. Prachtig, een terugkomer voor in de nabije toekomst eens in al zijn hoeken te verkennen. En nu, op naar Angkor!