woensdag 29 juli 2009

Het moest er eens komen: de eerste erge ziekte...

4 dagen geleden nog eens op uitstap vertrokken. Samenvatting: prachtige zichten, ongelofelijke koude en een staaltje van de Peruviaanse wanorganisatie met ongelofelijk veel wachten en tijdsverlies tot gevolg. De trip nam ons eerst door een nationaal park, een hoogvlakte die deel uitmaakt van de Attacama woestijn die loopt van Nazca tot vrij diep in Chili, en de 3e droogste woestijn is ter wereld (na Sahara en Gobi), hoewel wij daar na onze trip anders zouden over gaan denken.


Nog geen 2 uur verder begonnen de eerste sneeuwvlokken te vallen, maar de temperatuur was nog uit te houden.



Tegen de avond waren we in Chivay, de toeganspoort naar Colca Valley en vervolgens de Colca Canyon (de 1e of 2e diepste ter wereld, waarover nu discussie is, maar alleszins tweelmaal dieper dan de Grand Canyon in de USA). Daar begon het plots te regenen, en aanvankelijk konden we er nog mee lachen.



Dat veranderde toen de regen aanhield, de temperatuur snel daalde (vergeet niet dat regen op 3600m gecombineerd de daling van de temperatuur 's nachts echt waanzinnig snel de stemming doet omslaan). We waren na 1 uur echt bevroren, en dan mochten we overnachten in een klote hostel, waar het bijna vroor in de kamer en er uiteraard geen warm water was. Hoewel we een andere hostel geboekt hadden, bleek deze vol te zijn (de zoveelste misser qua organistatie op deze excursie, na vele andere zever).

Na een slapeloze nacht (Caroline) en een paar uur (ikzelf) om 5u opstaan om zogezegd om 6u te vertrekken naar Colca Canyon en Colca Valley. Met 1u vertraging dan toch kunnen vertrekken en ons gerept naar Cruz del Condor. Een punt aan het begin van de canyon waar vanaf een bepaald uur 's morgens de condors opstijgen. Ze zitten letterlijk een paar meter van je vandaan te wachten op voldoende warme wind om daarop te zweven. Ze lijken op deze foto's niet zo groot (ligt aan ons toestel), maar deze beesten hebben gemiddelde een spanwijdte van 3m, sommige zelfs 4m!



Een beetje later stegen ze op en zweefden ze soms op enkele tientallen meters van ons vandaan over de canyon.

Op deze trip hebben we een supertof Peruviaans koppel leren kennen. Zij architecte, hij Phd in stadsplanning en milieustudies, met verschillende gepubliceerde boeken en een patent op zijn naam. Ongelofelijk toffe gesprekken en discusies mee gehad en blij te merken dat er ook Peruvianen zijn die zich ergeren aan de inefficienties en opportunisme en wanorde/gebrek aan organisatie en kwaliteitscontrole van hun landgenoten.



Dan terug door Colca Valley, waar allemaal nog Pre-Inca terrassen liggen. Op elk niveau werden/worden andere producten geteeld i.f.v. de daar heersende temperatuur en vochtigheid.




En dan zag je de bui weer hangen... (boven vulkaan Misti die het decor van de stad Arequipa - andere kant van de vulkaan uiteraard- is)



Om wat daarna weer door de sneew te ploeteren.



Met drie uur vertraging terug in Arequipa gekomen, nog iets gaan eten, en dan is de hel begonnen. Caroline eerst, en dan was ik ook aan de beurt. Over een tijdspanne van 12u elke zeker 10 keer op de pot gezeten (in de normale richting) en er zeker 5 keer bovengehangen (in de abnormale richting, met zicht op souverniers die erop hingen van de andere richting). Soms zaten we zelfs tegelijk op de pot en te kotsen in de wasbak erna, om dan de brokken uit de afvoer te mogen vissen. Nu hebben we alletwee al wel eens een voedselvergiftiging gehad, maar dit tartte alles. 's morgens moesten we de bus nemen naar Puno, Lake Titicaca, maar we konden amper vanuit ons bed naar het WC strompelen. Bus dan maar laten schieten, de ondergespetste hostel verlaten, en terug naar onze vertrouwde luxehostel gekeerd om wat uit te zieken. Daar een ganse dag in bed en voor TV gelegen, met een gezellige koorts erbovenop. Wij begonnen al te vrezen dat we Mexicaanse griep hadden door de combinatie van koorts, misselijkheid en leegloop. Bon na een dag rust, een goede nachtrust, waren we weer wat beter. Om God te danken ons niet langer te kwellen, zijn we maar meteen het St Catalina Monastary in Arequipa gaan bezichtingen.

Caroline deed nog een schietgebedje, en God liet Zijn licht over haar schijnen. (Ik ben nog steeds benieuwd wat ze toen gevraagd of beloofd heeft).




Dan verder geslenterd door het prachige klooster, een blok groot, een stad binnen de stad met prachtige steegjes in rood en blauw, cellen van de nonnen, en alle voorzieningen aanwezig. Dit moet in die tijd de hemel op aarde zijn geweest, alles was er aanwezig (zelfs diensters die tot op een bepaalde moment eigenlijk de status van slavin hadden), behalve mannen dan (benieuwd of ze deze misten).



Zicht op het Arequipiaanse decor...



... en nog eens van dat...



En toen begon ik te geloven dat Caroline niet tot God, maar tot de Maagd Maria had gebeden, of zou dit enthousiasme iets met haar eigen mama te maken hebben?



Dan vandaag nog eens laatste blik op het plein geworpen, om morgen met wat vertraging te vertrekken naar Puno, bij het Lake Titicaca. Na wat klagen bij het reisbureau, hebben we trouwens nog een deel van ons geld teruggekregen (na dreiging dat we klacht bij Lonely Planet zou indienen en de kost van de schade aan de reputatie groter zou zijn dan de refund van het geld), wat meer een kwestie van principe was. Hierdoor konden we toch een deel van onze gemiste bus naar Puno terugfinancieren, maar ten gevolge van een goede onderhandeling met de busmaatschappij, hebben we die ook niet meer betaald. Hopelijk rijden we morgen, en komt er dan weer geen aap uit de mouw.


zaterdag 25 juli 2009

Rio - Sao Paolo - Lima - Nazca - Arequipa: on the road again...

Het is alweer enige tijd geleden dat we nog eens wat hebben laten horen hé.

Onze laatste dagen in Brazilië hebben we in een lekker hotelletje doorgebracht, een steenworp van de legendarische stranden, overdag op de stranden gelegen (onze ogen uit het hoofd gekeken en vooral veel moeten lachen met de aldaar rondlopende fauna), ook nog een dag de voor noodzakelijke was en inkopen (nieuwe travel guides voor Peru en Bolivië gekocht) en voor de rest 's avonds lekker naar Engelstalige TV gekeken (een luxe hier). Heerlijk om passief voor het bakje te liggen en alles letterlijk en figuurlijk op je af te kunnen laten komen, een verademing tussen alle geregel en gepingel door.

Onze mening over Brazilië, geventileerd in ons vorige bericht, is eigenlijk niet meer veranderd. Wat wel opmerkelijk is, is dat de mensen in Rio relaxer en vriendelijker zijn dan in de andere plekken waar we geweest zijn. En dit terwijl in de grootsteden je normaal het tegenovergestelde ervaart. Wel zijn we nog naar een tof nationaal park in de buurt van Rio geweest (in Teresopolis), waar we na een stevige klim een prachtig uitzicht hadden op de Dedo de Deus, de vinger van God. Na alles wat we hier hebben ondervonden, dachten we dat hij ons zijn middenvinger zou opsteken, maar het lijkt toch meer op zijn wijsvinger, nietwaar?



We hebben die laatste dagen nog met enkele back-packers gepraat, en diversen leken dezelfde ervaring gehad te hebben. Moet gezegd worden dat we eigenlijk tout court niet veel back-packers zijn tegengekomen in Brazilië, en dat de weinigen die veel noorderlijker zijn geweest dan wij, wel een hartelijkere ontvangst hebben gekregen. Opmerkerlijke ook dat tussen de weinige back-packers, we geen enkele andere zuid- of middenamerikaan (buiten de 2 Franse artsen die in Frans Guiana wonen) zijn tegengekomen, terwijl je die in de andere landen wel tegenkomt. Het zal dus wel een deel aan de regio liggen. We hebben slechts op 10% van de landoppervlakte (de driehoek Brasilia, Rio, Sao Paolo) gereisd, maar hier woont toch maar even 40% van de totale bevolking. Maar er zullen toch ook duidelijk andere factoren spelen.

We waren alletwee blij dat we aan een volgende avontuur konden beginnen, alleen vreesde één van ons beide (guess who) enorm voor de koude.

Op de Belgische nationale feestdag vroeg in Sao Paolo vertrokken, en naar Lima gevlogen. Daar aangekomen was het een opmerkelijk rit van de luchthaven naar het centrum van Lima. Het was een grijze dag die het ganse traject nog mistroostiger maakte dan wat we ooit gezien hebben. Het weer was grijs, er was geen groen (noch bomen, noch gras te bespeuren), overal stof, uitlaatgassen en smog, en zeer vuile straten en bouwvallige gebouwen. Het centrum van Lima hebben we op een namiddag gedaan. Twee mooie pleinen, waarvan de Kerk en de Staat uiteraard weer de mooiste gebouwen betrekken. Hieronder de katedraal en het aartsbisschoppelijk paleis. Voor de rest vuiligheid, uitlaatgassen en smog, waarvan je barstende hoofdpijn krijgt. Hier rijden ze duidelijk op rode mazout, met waanzinnig oude bakken (amerikaanse bakken van 30j oud en zelfs in die piekpleine daewookes gezeten (taxi) waarvan er één was met 520.000 km op de teller (en dan nog stadskilometers hé!))



De morgen erna onze eerste bustocht in Peru. Zonder verwittigen was onze rit gecancelled, en mochten we wachten op een andere (lees 'latere' bus). Ter plekke uitleg geven, doen ze uiteraard niet. Volgens ons was de bus niet vol genoeg, en vonden ze het dan niet de moeite deze te laten rijden. De tocht bracht ons uren door een grijze zandbak. Rond Lima is zo goed als geen boom te bespeuren, en het opmerkelijkst waren de sloppenwijken, die op de zandheuvels gebouwd worden.
De trip die ons in 6u naar Nazca moest brengen, werd 8 uur, waarvan vele door eindeloze woestijn. Wij waren hierdoor uiterst verwonderd, aangezien dit gebied tegen de kust ligt, en wij het iets groener verwacht hadden. De laatste uren van de namiddag kwam de zon erdoor (of misschien was er gewoon minder smog een paar 100 km van Lima weg), waardoor alles er een ander gezicht kreeg.


Aangekomen in Nazca, waren we uiteraard verplicht om met een sportvliegtuigje over de Nazca lijnen te vliegen, een van die wereldmisteries, waarvan ze niet weten, hoe en waarom ze daar zijn aangebracht, met vele hypotheses tot gevolg. Wat ons nog meer verwonderd, is hoe de lijnen zichtbaar blijven, in een stoffige omgeving als deze.

Verschillende afbeeldingen waren zichtbaar langs het traject, waarvan we er enkele, ondanks ons misselijkheid, toch binnen het vierkante van ons fototoestel kregen. We waren alletwee verrast door de afmeting van deze afbeeldingen. Ze waren telkens wel enkele vierkante meter groot, maar we hadden ze (duidelijk weer onterecht) groter voorgesteld (alsof groter per definitie beter zou zijn), weeral een voorbeeld van het gevaar van vooronderstellingen.


Een zicht uit het vliegtuig op het stoffige Nazca, een plek waar zonder dit door de Unesco beschermde werelderfgoed, geen toerist ooit zou afstappen.


's Avonds terug een nachtbus op, waarvan we gezworen hadden het niet meer te doen, maar er zijn geen dagverbindingen naar Arequipa. Arequipa, de door het gebruik van een bepaalde witte vulkanische steen, de witte stad genoemd, is ook een door de Unesco beschermde stad. Hier aankomen was na Lima en Nazca een verademing. Mooie stad, maar een vooral veel relaxere sfeer. De mensen hebben hier een gezonde trots, en door hun, uiteraard tikje commerciële, maar toch eerlijke behulpzaamheid, willen ze duidelijk dat de bezoekers van hun stad houden. En dat is toch de eerste keer dat we dat in Peru ervaren, beter laat dan nooit uiteraard. Hier wordt langere termijn gedacht, en ervaar je minder de sport om de éénmalig passerende tourist even in het zak te zetten.
Zeer mooie stadskerm, hieronder een foto van de katedraal op de Plaza des Armas, met de vulkaan Misti op de achtergrond.
We verblijven hier in een toffe hostel, vergelijkbaar met een Riad in Marrakech. Relaxe terassen binnen de ommuring, op elke verdiep van de hostel, en ondanks de hoogte van 2300m zitten we hier nu te bakken op het dakterras met zicht op de bergen.
Morgen vertrekken we op een tweedaagse excursie in de bergen, Canyon Land genoemd. Er is een gezegde dat wanneer God de maan en de aarde scheidde, Hij vergeten was het land rond Arequipa aan de maan toe te voegen. Dat beloofd... De twee canyons in de buurt van Arequipa, zouden de diepste van de wereld zijn, beiden tweemaal dieper dan de Grand Canyon in de Verenigde Staten. We zijn benieuwd en smachten terug naar wat mooie natuur.

woensdag 15 juli 2009

Hoe erg kan iets tegenvallen: hoe vooronderstelling en realiteit dag en nacht kunnen verschillen...

Onze dagen in Buzios hebben we gevuld met het huren van een buggy waarmee we de landtong wat verkend hebben. Mooi, maar toch niet echt voldoeninggevend. Het trok er inderdaad op Zuid-Frankrijk, maar daarom kom je niet naar Brazilië. Over deze plek doet iedereen die we kennen en naar Brazilië is geweest razend enthousiast. Wat ons betreft is dit een mooie plek, maar voor velen zal dit enthousiasme vgs ons hoofdzakelijk opgeroepen zijn door het mondaine en de vele uitgaansmogelijkheden in het hoofdseizoen. Beide aspecten geven ons op deze reis geen voldoening.


Volgende bestemming was Ouro Preto, een door de Unesco beschermde koloniale stad uit de tijd van de Goldrush, vrij vertaald ‘Zwart Goud‘, omdat er rond het Goud een zwart laagje gezeten zou hebben. De ganse stadskern is beschermd en je hebt hier een tiental barok kerken en een aaneensluiting van koloniale huizen (we slapen trouwens in één) op enkele vierkante km. Maar eerst weer afzien en kennismaken met de Braziliaanse inefficiëntie. Vanuit Buzios vertrokken naar Rio, daar 8 uur moeten wachten op een vrije aansluiting, dan 8 uur met een gewone bus naar Ouro Preto. Terwijl Buzios Ouro Preto in vogelvlucht helemaal niet zo ver was, maar bon. Wat opmerkelijk is, is dat het bussensysteem hier helemaal niet optimaal geregeld is om het land rond te reizen, i.t.t. dat van Argentinië. Je moet hier bijna altijd terug naar grote steden als Rio of Sao Paolo, om vervolgens naar een kleinere plek te kunnen verplaatsen. Zelfs al rijden ze er vaak fysiek voorbij. Je rijdt zo de afstand van 2 zijden van de driehoek, ipv de ene zijde die de punten verbindt, wat altijd omweg is. Verder is er geen concurrentie op de lijnen. Het lijkt of elke lijn verkocht is aan 1 maatschappij, die dan zo weinig bussen inlegt, dat ze altijd vol zijn (vaak al enkele dagen op voorhand). De concurrentie tussen de maatschappijen in Argentinië, leidt tot een voelbaar betere dienstverlening, en dan nog tegen een veel betere prijs. Dat lijkt trouwens te gelden voor meerdere zaken, en dan maakt het het nog opmerkelijker dat de Brazilianen zich zo op de borst slagen dat ze de sterkste en beste economie van Zuid-Amerika hebben (het mag dan mss wel de grootste zijn, het is alleszins al niet de best georganiseerde of consument-gerichte). Het feit dat je hier veel verplaatsingen in 2 keer moet doen, met vele wachturen ertussenin, is vermoeiend en frustrerend, en zeker niet goed voor de moraal. Vooral omdat je weet dat het anders zou kunnen, maar het niet in het belang van de maatschappij lijkt om dit te doen. Zelfde belangbescherming leidt volgens ons, en ook vgs een IT’er met wie we gepraat hebben, tot de gebrekkige WIFI inburgering in dit land. Brazilië is een land met enorm veel internetgebruikers via de typische internet-shops. Maar de operatoren willen dat de mensen die de shops beu zijn overschakelen op de dure 3G abonnementen, waardoor ze overal op het net kunnen, in plaats van de inburgering van het tussensysteem (WIFI in bars of openbare plekken) tussen de oude (LAN) shop en het ‘overal toegang abonnement’ te stimuleren. Het belang van de consument staat hier duidelijk niet centraal en door zeer slechte info kan je hier niet van mondige consumenten praten. De consument die wel goed geïnformeerd is (zoals sommige internetgebruikers, hoewel niet iedereen internet gebruikt om zich degelijk te informeren), lijkt er zich bij neer te leggen dat ze er niet veel tegen kunnen beginnen.




Hoewel Ouro Preto best een mooi plekje is, zijn we ons na eerste sporen van verveling in Buzios in Ouro Preto aan bepaalde zaken echt gaan ergeren en die de hele beleving van dit land ondertussen lijken aan te tasten. Verveling zal altijd, ook een jaar reizen wel eens voorvallen, maar dat dit onbehagen ons in Brazilië ging te beurt vallen slaat ons zelf met verstomming. We vragen ons al dagen af of dit aan onszelf ligt, of waaraan we dat mogen toewijzen. Het zal voor jullie wel vreemd zijn dit te lezen, maar voor ons is het dat ook.

We beseffen dat je nooit mag generaliseren, maar niettemin mogen we toch over onze algemene indrukken praten hé. Brazilië valt ons op een aantal vlakken tegen, en op sommige zelfs enorm:

- schoonheid: dit is een mooi land, dat hoor je ons niet zeggen, maar we hebben (buiten de watervallen van Iguazu in het begin van onze reis), hier nog niet veel gezien waarvan we echt onder de indruk zijn. Niet qua natuur, en zeker niet qua cultuur. Enige sterke ervaring was Rio. Meer nog, op beide vlakken hadden we van dit land echt meer verwacht, hoewel we beide weten hoe gevaarlijk vooronderstellingen kunnen zijn, en daarom deze toch weten te temperen. Alleszins kan je als tegenargument (terecht) aanhalen dat we niet het recht zouden hebben hierover iets te zeggen als we niet naar het Amazonewoud of het Pantanal trekken, twee uitzonderlijke en natuurfenomenen in dit land. Maar dat brengt ons tot de tweede tegenvaller.

- de prijs: dit land is eigenlijk op bijna alle vlakken echt duur voor wat je krijgt. We proberen schappelijk te reizen, basic kwaliteit om de gezondheid wat op peil te houden, maar zeker geen overdreven luxe nodig. Maar wat je hier moet betalen voor transport, eten, verblijf en wat je daarvoor krijgt, tart onze verbeelding. Op alle rondreizen die we ooit gedaan hebben, hebben we dit nooit meegemaakt. Interne vlucht naar het Amazonebekken (Manaus), vanaf 6à700 dollar per persoon (maar de meeste zaten boven de 1000 dollar!) en dit alle weken op voorhand gecheked. Dit voor een interne vlucht, wat in europa vaak een fractie hiervan kost. Een paardaagse excursie in de Amazone of het Pantanal, na veel zoeken wat gevonden dat ons 1000 dollar voor twee zou kosten voor 4 dagen, 3 nachten. Maar vele aanbiedingen op internet waren pakken duurder. Nu hebben we wel wat over om de schoonheid van dit land te mogen ervaren, maar dergelijk percentage van ons jaarbudget in een paar dagen erdoordraaien, zou wel waanzin zijn, met landen als Australië en Nieuw Zeeland nog op het programma. Wat vooral tegensteekt zijn de vele extra’s die vaak laat uit de mouw komen. Visa betalen, zoveel procent extra. Visa afficheren, maar dan aanhouden dat de terminal niet werkt om cash te krijgen. Eten in een restaurant, 10 procent verplichte tip (voor lousy service) en 20% in één geval voor ongevraagde, niet te begrijpen en slechte life music (zonder dat dit op voorhand wordt duidelijk gemaakt). Daar wordt je niet vrolijk van. Vooral als je beseft dat we op 2 weken met slechts één excursie we al meer hebben opgedaan dan in 3,5 weken Argentinië, waar we vele excursies gedaan hebben en 9000km hebben afgelegd. Alleszins kan je hier als tegenargument (terecht) aanhalen dat we ons beter hadden informeren, maar het gaat hier in eerste instantie niet om de hoogte van de prijzen, wel wat je ervoor krijgt en de manier waarop. En dat laatste brengt ons tot de derde, en pijnlijkste tegenvaller.

- de mentaliteit: dit is natuurlijk het gevaarlijkste domein om te generaliseren, en we doen dit niet graag. We weten dat hier ongetwijfeld miljoenen mensen met goede intenties, goede inborst enz zijn. Maar wij hebben dit in 2 weken bijna niet mogen ervaren. Dit land wordt omschreven als een land waar iedereen lacht, je wil helpen, vriendelijk is enz. Nu weten we beide dat je dergelijk commentaar met een korrel zout moet nemen, maar de mate waarin we het tegendeel ervaren, is verbluffend. We hebben hier, zelfs als klant zijnde, al meer botte en onvriendelijk, tot ronduit maffiapraktijken meegemaakt dan we van een land als dit konden verwachten. Iets wat tot nu toe reuze is meegevallen, is veiligheid. Dit was toch één van de zaken (het enige eigenlijk) waar we ons zorgen over maakten op voorhand. We zijn hier uiteraard voorzichtig, want hebben al vele maffe verhalen gehoord, maar je hebt natuurlijk veel mensen die het zoeken (teveel show, al dan niet dronken op plaatsen rondhangen waar iedere een beetje geïnformeerde reiziger het niet gaat zoeken). Nu kan je als tegenargument (weeral terecht) aanhalen dat de mensen het hier heel moeilijk hebben, maar met de mensen die het hier echt moeilijk hebben, daar kom je niet mee in contact. Het is de tussenklasse, die je regelmatig liggen hebben met overprijsde dienstverlening tot schandalige maffiapraktijken. Mensen beleefd aanspreken op straat om de weg te vragen die gewoon voorbij lopen lopen. Buschauffeurs die voorbij rijden, terwijl je je hand opsteekt of niet wachten tot je allebei binnen bent om de deuren dicht te doen. Dergelijke dingen kunnen wel eens gebeuren, maar het is het één na het ander. Verder weet iedereen dat hoe de mensen je behandelen in een land, een van de belangrijkste parameters is in hoe je een land beleeft, ervaart en weet te appreciëren. Dat maakt het alleen maar meer jammer uiteraard, want we proberen beiden het ene en het andere te scheiden, maar dat is momenteel moeilijk tot onmogelijk.

We vinden het erg dit alzo te moeten ervaren. Nogmaals, iedereen die hier geweest is en er een andere mening over heeft, daar kunnen we alleen maar blij om zijn. Maar wat ons betreft is het anders, hoewel we beseffen dat het anders kan. Moest je dit land georganiseerd bereizen, of gewoon in all-in boeken in een luxe resort, zal je daar idd wel veel minder last van hebben dan wanneer je als zelf probeert te regelen en elke dag wel een aantal transacties moet uitvoeren. We vinden dit erg, omdat het niet plezant is dit na een maand al te moeten ervaren, maar vooral omdat we niet graag zo’n oordeel/gevoel hebben bij/over een land en vooral omdat we ons zorgen maken dat de oorzaak niet bij onszelf ligt. We hebben daarom ook in eigen boezem gekeken, en ons beide dagen afgevraagd of het niet aan ons ligt omdat we te moe zouden zijn, al niet meer tegen de rompslomp over inpakken, uitpakken, reizen enz zouden kunnen. En waarschijnlijk speelt vermoeidheid al wel wat mee, maar wat ons de doorslag gaf in de hoofdoorzaak niet bij ons eigen te leggen, was het besef dat we de bovenstaande drie elementen op dezelfde manier zouden evalueren moest dit ons eerste land geweest zijn, of moest dit onze jaarlijkse driewekelijkse vakantie zijn geweest. In dat laatste geval zouden we werkelijk zwaar ontgoocheld zijn geweest. Nu kunnen we het juist wat meer relativeren doordat we het hebben mogen ervaren, en weten dat er ons nadien weer iets anders te wachten staat. Onze mening wordt trouwens gedeeld door de meeste rugzaktoeristen waarmee we hierover praten. Blanke hoogopgeleide zuid-Amerikanen die we hier tegenkomen, die het beschrijven als een onvriendelijk, hyperindividualistisch land. Skandinaven, die toch geregeld koele kikkers zijn, die de mensen hier als bot omschrijven en de prijzen als duur bestempelen (terwijl iedereen weet dat de Scandinavische landen toch ook duur zijn).

We hebben maandag 13 juli, onze vlucht naar Lima zelfs proberen te vervroegen van de 31e juli naar de 16e of 17e. Uiteindelijk is het de 21e geworden omdat er niets vroeger beschikbaar was. We zijn een ganse dag bezig geweest dit geregeld te krijgen (weer gestoten op onwil om te helpen bij lokale reisbureaus die een officieel agent van de luchtvaartmaatschappij in kwestie waren, en bij de luchtvaartmaatschappij zelf) en een plan B uit te werken om de volgende 9 dagen te vullen. Het is erg, en we vinden het blasé van ons om dit zo te benoemen, maar het voelt aan als onze dagen moeten vullen tot dat we kunnen vertrekken.

Hopelijk kunnen jullie het wat plaatsen dat we na 1 maand al dergelijke ervaring hebben, we moeten dit zelf ook een plaats geven. We hopen, en denken, dat dit in hoofdzaak niet aan onszelf te wijten is, want dat zouden niet veel goeds voor de volgende maanden beloven en ook arrogant en intolerant zijn. Maar een indruk blijft een indruk (en we zijn niet de enige die het zo blijken te ervaren), en we hebben deze emotie heel rationeel proberen te bekijken ook en de hand in eigen boezem willen steken. Het is trouwens verrijkend (ook negatieve ervaringen kunnen je iets bijbrengen) om deze ervaring te hebben, de keerzijde van de wereldreis medaille. Je weet dat dergelijke dingen kunnen gebeuren. We hadden het alleen nu nog niet, maar vooral hier niet verwacht. Maar nogmaals, liever in dit jaar dan moest het ons jaarlijks verlof geweest zijn.

Omdat we op deze blog een waarheidsgetrouw beeld willen geven van onze belevenissen en ervaringen, zijn we aan jullie en onszelf verplicht over de minderen gebeurtenissen en emoties ook te praten. Dit mag niet uitsluitend een goed nieuws show worden, maar moet een waarheidsgetrouw beeld vormen. We weten beiden dat we deze ervaring nadien erg gaan relativeren, en op een andere manier heel verrijkend zullen vinden (om het reizen niet te idealiseren bijv). Maar om deze moeilijke momenten nadien niet te vergeten in de film vol goede herinneringen, moeten we er nu over schrijven, want het geheugen laat de goede herinneringen nu vaak doorwegen op de mindere. Het als het waren van ons afschrijven, maar dat blijft moeilijk bij erge (mezelf) tot extreme (Caro) vermoeidheid door slechte (tot zo goed als volledige slapeloze) nachten (zowel in hotel als bussen) en sterk wisselende temperaturen. De verwachting dat we na een vermoeiend maar voldoening gevend Argentinë in Brazilië onze batterijen konden opladen en genieten van the good life is wel heel anders uitgedraaid dan verwacht.

Volgende dagen zal wat bezigheidstherapie worden, wsl wat rondhanden in Rio en laatste dag(en) in een goed hotelleke in Sao Paolo hangen om dan aan een nieuw avontuur te beginnen. Hopelijk terug een positieve ervaring.

woensdag 8 juli 2009

1,5 weken in Brazilië: een land met alles behalve WIFI...

Onze eerste week Brazilië zit erop. Maandagmorgen vroeg vertrokken in Buenos Aires en naar Sao Paolo gevlogen. Een land verder, en op de luchthaven voel je al dat je in een andere wereld bent. Alle niet-Braziliaanse Zuid-Amerikanen vinden Brazilië trouwens een wereld op zich, niet helemaal deeluitmakend van hun eigen levenswijze. Op de luchthaven de tweede kennismaking (na het bezoek van de watervallen aan de Braziliaanse kant in Iguazu), waar je letterlijk alle kleurencombinaties in mensen ziet: van zwart, alle bruintinten tot lichthuidige, blonde types. En dan onderlinge kruisingen mogelijk: oneindig veel donkere mensen met lichte ogen, bizar en prachtig om zien.

Lang zijn we in Sao Paolo niet gebleven. Een stad met 20 miljoen inwoners, de derde grootste stedelijke agglomeratie ter wereld na Mexico City, maar ik moet nog eens googelen welke nummer één is (Mumbai of Peking?). Onze reisgids stelt dat als je geen week neemt om deze stad te leren kennen, je best meteen kan doorreizen. En als dan diverse van de aangeduide bezienswaardigheden nog de extreem extravagante hoofdkwartieren zijn van privébedrijven, dan nemen we deze raad ter harte. Op weg van de luchthaven naar het grote busstation, een rit van slechts één uur, passeren we 5 gevangenissen. Waarom ze prison break niet in Sao Paolo hebben opgenomen is ons een raadsel. Gezellig zien ze er niet uit. Ze zeggen wel eens dat het niveau van algemene ontwikkeling op humanitaire vlak is af te meten met hoe een maatschappij de mensen in de rand van de maatschappij opvangen. Dat belooft hier dus niet veel goeds. Diegene met geld in de gevangenis hebben trouwens niets tekort naar het schijnt. Je kan er alles kopen en krijgen, alleen nog duurder dan wat alles hier al kost. Zoals je wel eens hoort, runnen de bendeleiders hier hun business met GSM vanuit de cel verder. Interessant om eens met iemand te kunnen praten die Engels kan. Dat het slecht gaat met de mensen aan de onderkant van deze maatschappij wordt wat verder nog eens bevestigd als we onze eerste favela’s zien verschijnen onder de viaducten van de autostrades. Nu hebben we al wel eens wat gezien op onze reizen door zuidoost Azië of Midden-Amerika, Caroline zeker in India, maar sloppenwijken doen je toch altijd iets. Zeker als je ze ziet in een heuvelachtige stad, waar je kilometers verder trendy appartementsblokken ziet, en de lucht vol helikopters hangt. De middenklasse rijdt hier namelijk met de auto, maar de rijken verplaatsen zich allemaal per helikopter, omdat het verkeer hier zo’n ramp is.

Plan was om meteen naar het koloniale stadje Parati te gaan, tussen Sao Paolo en Rio de Janeiro. We waren net op tijd, maar de bus zat vol. Improviseren: ofwel 8 uur wachten tot de laatste bus die rond middernacht pas vertrok, ofwel blijven slapen in Sao Paolo, ofwel het anders regelen. Dan maar de laatste optie: doorreizen naar een locatie in de buurt en daar met lokaal transport doorreizen. Toen we, inmiddels al 22u ‘s avonds in Ubatuba aankwamen, een klein dorpje met een (blijkbaar) goddelijk surfstrand (kennen we beide niets van), was er natuurlijk geen bus meer te bekennen. Gelukkig waren er nog twee Nederlanders die hetzelfde plan hadden, en ook in hun opzet mislukten.. Met vier voel je je toch wat veiliger, zo’n eerste nacht in Brazilië waar je in een dorpje bent waar het dichtstbijzijnde hotel kilometers verder ligt en geen andere toerist te bespeuren is. Overnachting gevonden bij een lokale dame, supervriendelijk, zeer proper en voor een lage prijs (trouwens de enige keer dat hier al eens iets is meegevallen qua prijs, want voor eten, vervoer en overnachting betaal je hier Europese prijzen, wat waarzin is als je weet dat een groot deel van de bevolking hier moet overleven met iets van een één à twee dollar per dag. Nog maar eens een bewijs dat aan dit indrukwekkend land vanalles niet klopt). De dag erna dan met zijn vieren doorgereisd naar Parati.



In Parati de gebruikelijk zoektocht naar een overnachtingsplaats: weer pech. Blijkbaar begon de dag later het jaarlijkse internationale boekenfestival, waardoor alle prijzen voor logies maal 5 gingen en je on top minstens 4 à 5 nachten moest blijven. Van dien boer geen eieren, dan maar boeken voor één nacht en doorreizen. Parati was wel leuk en gezellig, lage witte koloniale huizen aan de zee waardoor je je verschillende huizenblokken in een andere tijd waande. Zeker doordat er geen auto’s mochten rijden in de historische straten. Wel werd er aan de charme afbreuk gedaan omdat op de drie grote pleinen reusachtige tenten werden gebouwd voor de congressen van de volgende dagen. Aan de capaciteit van de tenten te zien, zouden ze die dagen meer mensen ontvangen dan er volgens ons in het stadje leefde, dat verklaart natuurlijk wel iets van de prijsstijging voor de overnachting. Na een middag de sfeer opsnuiven in de straten waar het toch nog rustig was, wat Caipirinja’s ‘s avonds, gaan slapen om de dag erna nog maar eens door te reizen, deze keer naar Ilha Grande: het ‘grote eiland’, nog een halte verder naar Rio.

De weg naar Ilha Grande (busstrip van twee uur) was magnifiek. Slingerweg langs de kust, omhoog en omlaag, van de ene baai naar de andere, eilandjes in een diepblauwe zee en alles in een extreem fel groen. In eerder bezochte tropische landen, konden de bomen wel even groen zien, maar was het vaak droog en dor aan de grond. Hier dik en sappig gras, waar je na één maand met naar onze norm weinig groenten, je bijna zelf van zou willen grazen. Vanuit Angra dos Reis de boot op naar het eiland. Heerlijke tochtje op een oude houten zeilboot, die jammer genoeg wel op zijn motor de overtocht maakte, maar bon. De tocht nam ons eerst een stuk langs de kustlijn met zijn vele inhammen, waar bangelijke villa’s lagen, met privé aanlegstijger een een zicht van jewelste. Deze keer geen favela’s te bespeuren.



Het zicht op het eiland bij aankomst, was zeer vergelijkbaar met Koh Pipi in Thailand (het ganse eiland trouwens). Leuk dorpje (properder en ontwikkelder dan de Thaise tegenhanger, maar ook een pak duurder), tegen een achtergrond van Atlantisch regenwoud dat tot op de toppen van de bergen groeide. De eerste en de derde dag hebben we een 15 en 18 kilometer lang pad (heen en terug) gelopen door het woud, langs de kustlijn en over de heuvels, van het ene strand naar het ander. Daartussen mangroves, rotspartijen en glibberige zandpadjes op en neer. Leuk om je zo te moeten inspannen en dan op een prachtig strand te komen, die door het laagseizoen zo goed als verlaten waren. Diverse stranden waren trouwens verlaten, buiten de één à twee vissergezinnen die er leven. Buiten het dorpje waar we verbleven, waar de hostels en campings op de andere stranden zelfs gesloten, omdat er geen volk was. De tweede dag hebben we echter bijna de ganse dag op ons overdekt terras gezeten, omdat het de ganse dag regende. Ook dat kan gebeuren, en we hebben dan maar veel gelezen.

Het is trouwens opmerkelijk hoe onze instelling en houding is veranderd bij het aansnijden van dit tweede land op onze tocht. In Argentinië waren we nog op vakantie: alles doen en alles zien wat de moeite leek en onze tijd optimaal vullen en plannen door altijd een paar dagen vooruit te denken. Nu laten we het al veel meer over ons heen komen. Dat bleek maar toen we bemerkten dat we niet meer wisten welke dag en datum het was en we eigenlijk langer op het eiland hadden gezeten dat aanvankelijk gepland. En als het een dag regent, dan is het zo en doen we gewoon niets. Lekker filosofisch hé. Zoals de boutade zegt: ‘na regen komt zonneschijn’. We hebben het eiland vrij goed verkend, maar ook niet alle stranden opgezocht, ook al zullen er nog andere pareltjes tussengelegen hebben. We weten dat we er nog vele andere zullen zien, zowel in dit land als de volgenden. Lekker zo ontspannen zijn en vreemd dat hoewel het vakantiegevoel weggaat, en het echte reisgevoel groeit, we eigenlijk meer ontspannen reizen dan de eerst volgepropte weken. Wel balen we al eens dat we weer alles in onze rugzak moeten proppen, sleuren met al dat gewicht, kleren vochtig worden van het vochtige klimaat, maar dat weegt niet op tegen de rest. Het tijdelijke en vergankelijke karakter van alles komt tijdens reizen nog meer naar boven dan in het normale leven. Je hebt schitterende dagen, dan wat tegenslagen en de dag erna weer een reeks meevallers. Alles volgt elkaar gewoon veel sneller op. Daar kan je lessen uit trekken voor het dagelijks leven. Hopelijk kunnen we dit gevoel thuis ook lang vasthouden. Genieten van het goede als het zich voordoet, en tegelijk weten dat het wat later weer weg kan zijn, maar omgekeerd de tegenslag of verveling niet (teveel) aan je laten vreten. Leuk om dit eens met je hart te ervaren, en niet alleen in je hoofd te beseffen.

Wat ook tof was op Ilha Grande was het drie daagse festival voor de één of andere heilige. (Daar even laten zien dat Belgen goed kunnen 'tooghangen'.) Standjes om drank en eten, en zaterdagavond een dansfestival- voorstelling door de lokale jeugd die het verhaal en leven van de heilige in kwestie uitbeeldde. Chaotisch, maar wervelend en vol ironie en levenskracht. Hoe de mensen hier dansen, nog nooit gezien. En als de muziek weerklinkt, zie je kinderen van vijf tot tien jaar op dat ritme bewegen op een manier waar de meeste van ons na jaren dansschool nog niet zouden aan kunnen tippen. Door het zien van de dans hebben we de Braziliaanse volksaard wat beter leren kennen, want door hun gebrekkige kennis van het Engels, en onze niet-kennis van het Braziliaans, is communicatie onmogelijk, en lijken ze stug en vaak onvriendelijk. Hetzelfde denken ze ongetwijfeld van ons. Je kan Braziliaans wel wat lezen, trekt wat op Spaans, maar door sis klanken die ze overal toevoegen, versta je er niets van.



Na verschillende dagen ‘LOST’ gespeeld te hebben, terug de boot op, bus genomen naar Rio de Janeiro. Het gebeurt niet veel, maar ik heb stress over deze stad. We hebben verhalen gehoord van andere backpackers die hier met messen beroofd zijn. Waarschijnlijk hebben ze wel wat elementaire veiligheidsmaatregelen over het hoofd gezien, maar toch. Bij aankomst in het busstation, toch maar onmiddellijk in een taxi gesprongen en naar een veilige wijk gereden. Rijden door deze stad in een taxi is al wonderbaarlijk. Een stad tussen velen heuvels gebouw: moderne blokken, sommige knap, andere afzichtelijk lelijk, met daartussen vele bomen, soms nog bossen en wouden (grootse stedelijke woud is hier nog te vinden op dezelfde heuvel ‘morros‘ als het gekende Christus beeld) en hoe hoger op de berg, hoe erbarmelijker de sloppenwijken. Het gebeurt niet vaak, maar je verbeelding kan de waarheid hier moeilijk overtreffen. Als Brazilië ons tot nu toe niet echt verraste (misschien waren onze verwachtingen te hoog), geldt dit voor Rio wel. De laatste lichturen van de eerste dag zijn we al eens gaan kijken op één van de vele stranden van de stad: wat een belevenis. Dit is zo’n wereldstad, waar het sociale leven zich op het strand afspeelt. Enige stad waar ik dit zo’n beetje gezien heb in het verleden is Miami, maar dit overtreft alles. We verwachten dit ook zo wat in Sydney aan te treffen, maar dat is voor later. Honderden mensen zijn hier aan het volleyballen, voetballen, en andere strandsporten aan het doen. Acht mini voetbalvelden, waar op drie velden meisjes tegen elkaar voetballen. Verschillende van hen dan nog beter dan ik het ooit zelf ooit kon verdomme. Niet goed voor mijn ego, maar ja, voetbal is hier nu ook religie. Uitleven, kijken en bekeken worden: dit is een film, en het strand is een decor met de Suikerberg op de achtergrond. Hier krijg je gewoon zin om te sporten, iets wat de meeste steden niet onmiddellijk oproepen. Dit is een stad waar het sporten en de cultus van het lichaam deel uitmaakt van het leven. Waarschijnlijk omdat dit iets is waarin de arme drommel niet per se moet onderdoen doen voor de rijke stinkerd. Met enkele vierkante decimeter (of soms centimeter stof) om het lichaam, neemt de ongelijkheid soms in andere richting vreemde proporties aan. Beide staan we hier versteld van de verscheidenheid in mensen, en amuseren we ons rot met rondstaren. Na een eerste zeer korte kennismaking, hebben we beide het gevoel dat dit wel eens kans zou maken om onze top-stad te worden, maar het is nog even te vroeg om al conclusies te trekken. Alleszins lijkt dit een stad met de grootste tegenstellingen en contradicties, die we ooit gezien hebben.

Onze eerste volledige dag in Rio hebben we de legendarische stranden en buurten van Copacabana, Ypanema en Lebon afgelopen. Het maffe aan Rio is dat de bergen bijna tot het strand doorlopen en op die bergen dus de favela’s liggen. Vaak maar enkele straten van het strand verwijderd. Elke wijk heeft bijna zijn eigen favela (vaak geen straten, enkel trappen, illegaal op water en elektriciteit aangesloten, geen eigendomsrechten, geen belastingen, de betere in beton en snelbouwbaksteen, de echte arme in hout en golfplaten, een grijze vlek op de stadskaarten als het ware). Copacabana heeft veel van zijn pluimen verloren aan de straatzijde. Vele oude blokken, maar wel met een schitterend zicht. Ypanema en Leblon, het Knokke van Rio, is dan weer trendy. Het is vreemd als je kijkt in de straten die op de zee uitkomen, met luxueuze appartementen en condominium, om de favela’s te zien liggen. In Rio stad zijn er zo’n 600 favela’s. In groot Rio 980. In de grote wonen zo’n 300.000 mensen. Dan kan je al rekenen hé.


Twee dagen in Rio rondlopen doet je volgende zinnen uit onze reisgids met eigen ogen zien:
‘ Rio is nog steeds een wondere stad (nvdr dat kunnen we zeker beamen),maar ze staat op de rand van de afgrond. De armoede treft zelfs de betere klassen en hele families leven op straat in Ipanema, Copacabana en Leblon. 37% van de bevolking leeft in absolute ellende, en ongeveer een even groot percentage leeft in armoede. Corruptie teistert alle niveaus van de openbare instellingen, te beginnen met de politie (nvdr het geeft altijd een veilig gevoel om de wet aan je zijde te hebben). De rijken verschansen zich achter tralies en geavanceerde beveiligingssystemen (nvdr elke chique blokken heeft privébewaking, en er staan vandaag in Ipanema appartementen tot 2 miljoen euro in de krant, met eigen ogen gezien). De middenklasse leeft in permanente angst voor de armen, de zwarten, de duizenden straatkinderen. Het extreme geweld, vooral gericht tegen de jongeren uit de akela’s (74% van de slachtoffers van de moorden), heeft geleid tot een volledige scheiding der klassen….’

Alleen lopen die klassen wel door elkaar op straat. Je struikelt in sommige straten over de ene bedelaar na de andere, ziet hier vrij veel misvormde mensen die na ziektes niet goed behandeld zijn… En dan kom je in de buurt van de straten rond het strand en lopen de casanova’s en modellen er in hun badgrief (dan valt er natuurlijk niet veel te stelen, bevalve hun maagdelijkheid, maar die zal doorgaans ook al lang geroofd of ingeruild zijn) tussendoor. Op maandagmorgen telden we honderden wandelaars en joggers langs de stranden, en niet enkel gepensioneerden. Nu genoeg over de stranden.

Downtown, zona Norte, de businesswijk: niet veel soeps. Moderne gebouwen (‘t is te zeggen uit de jaren 70 of 80) naast oude vervallen gebouwen uit de 19e eeuw. Moest het niet zo lelijk zijn, zo ecclectisch en vreemd om zien, zou er echt niets te zien zijn.

Het gekende beeld van Christus, op 710 meter hoogte, met een prachtig uitzicht over de stad, en omgeven door het grootste stadpark / urban jungle in de wereld. Zicht op alle stranden, baaien en buurten van de stad.






S’middags een potje voetbal met Ronaldo gespeeld. Nick, je had me gezegd dat ik zijn bal moest afpakken. Hij was me steeds te snel af. Dan heb ik het maar op mijn manier opgelost, zoals ik dat vroeger ook wel eens deed.



Daarna bijna in de kaka getrapt. Nog een quiz-vraag: "Wiens voeten zouden het meeste waard zijn?"



Prins Carnaval met de queen of the prom.

Vandaag levend en onberoofd in Buzios aangekomen, en hier de eerste bar met WIFI gezien sinds onze aankomst in Brazilië. Is hier nu nu avond, we zitten op een loungie terras met zicht op zee. Morgen begint hier dan nog een internationale zeilwedstrijd, dus nogal een kosmopolitische bedoening. Buzios is gekend geworden omdat Brigitte Bardot hier kwam zonnen. Geen wonder dat het hier dan het Saint-Tropez van Brazilië is gaan heten. Het trekt er in menig opzicht op. Talrijke stranden en talrijke baaien. Hoewel het hier de koudste maand van het jaar is, is het nog een 20 tot 25 graden en in de zon is het best lekker voor een wintermaand.
Toch krijgen we beiden meer en meer de indruk dat de hoofdzaak van Brazilië draait om strand, eten, drinken en feesten. Niet de hoofdreden waarom wij aan deze tocht begonnen zijn, maar bon...
We hebben trouwens al een deel van onze plannen hier gewijzigd. Een binnenlandse vlucht naar de Amazone, Manaus, kost zowat 700 USD per kop. En de excursies daar zijn naar het schijnt ook waanzinnig duur. Maf hoe duur bepaalde dingen hier wel zijn! Af en toe dan maar aan budgetcontrole doen en de plannen ook eens wijzigen in de zin van iets te laten vallen i.p.v. erbij nemen.
Alleszins, wij zijn nog op en top gezond, wat toch het belangrijkste is op zo'n lange tocht!