zondag 27 september 2009

NZ afsluiten, Sydney 'here we come!'

Na een week van storm...



een gebroken achterruit...



4 wiel ervaring zonder 4 wiel aandrijving...



bracht de afgelopen week ons meer storm en regen en ... een gebroken voorruit en door de wind overgeknakte voordeur die door de stormwind iets te hard was opengewaaid.

Zelfs de Kiwi’s klagen dat het weer de laatste week tot anderhalve week zeer slecht is voor de tijd van het jaar. De lente mag dan wel wisselvallig en onvoorspelbaar zijn, maar zo lang slecht weer zijn ze hier blijkbaar niet gewoon. Pech voor ons dus, maar wederom minder erg in een reis van één jaar als wanneer je een duur ticket uit Europa zou kopen, de halve wereld rond vliegt, en 1/4e van je verlof ziet wegregenen. Wij hebben de voorbije week weer wat afgereden. We’ve seen it all by now.

Dunnedin, aan de oostkust, heeft Schotse roots, en heeft het grootste aantal Victoriaanse en Edwardiaanse gebouwen van NZ. Naar Europese normen niet al te bijzonder, maar naar NZ’se normen toch een groot aantal historische (europese gebouwen). 10 cappuccino’s per dag en nog een filmke later zijn we verder langs de oostkust gereden. Na een overdaad van natuurpracht, kon deze oostkust ons niet meer verrassen.





Enkel de Mouraki Boulders zijn nog een fotootje waard. Dit zijn geen door weer en wind rond geërodeerde stenen, maar zoals een parel door sedimenten rond een harde kern gevormde ‘reuzebollen’ die hier vanuit de zee zijn aangespoeld.






Op de vlucht voor de regen, in de hoofdstad van het zuideiland aangekomen: Christchurch. De regio noemt hier Canterburry, en de reden waarom is in de stadskern te zien. Oude Engelse gebouwen naast moderne kunst. Gezellig stadje, perfect voor… cappuccino’s en film.



Nog further up north gereden naar een ‘marine wildlife reserve’, waar diverse zeezoogdieren leven. Voor een excursie op zee konden we ons niet meer opladen met dit miezerige weer. Maar een zondagmiddagonderonsje met een hoop zeehonden op enkele meter van ons, lieten we dan weer niet passeren. Tientallen zeehonden die hun kop eerder oprichtten om te kijken waar de zon bleef dan omdat wij te dichtbij waren.







Dan terug naar Christchurch om NZ af te sluiten. Wassen, onze vlucht naar Sydney bevestigen, die we meteen maar 2 dagen vervroegd hebben, want het is tijd voor wat zon. NZ was ondanks het slechte weer de laatste week echt de moeite, een aanrader. Het enige land tot nu toe waarvan we kunnen zeggen dat we zo goed als alles gezien hebben wat er te zien is. We hebben daar wel 6500 km voor moeten afleggen, op doorgaans eenvaksbaantjes, verschillende zelfs niet verhard, dus veel uren in de wagen doorgebracht. Ondanks alles zouden we NZ op geen andere manier willen bezocht hebben.



Een maand rondrijden in een buske, heeft verschillende nadelen aan het licht gebracht. Gebrek aan slaap- en wascomfort, condensatie omdat het ‘s nachts buiten hier te koud was. Niet echt aangewezen als je in de stad bent, af en toe stress om een geschikte slaapplek te vinden en vooral boring als het slecht weer is, want leven in een camper is ook buiten leven. En als je niet buiten kan eten in de natuur, eet je nog eens binnen in je camper. En als je niet buiten kan wandelen door de regen, rij je rond en rond en rond, tot het weer cappuccino- en filmtijd is.

Maar ondanks alles heeft de flexibiliteit van ons huisje altijd bij te hebben, net als een slak, het mogelijk gemaakt om op de meest waanzinnige plekken in slaap te vallen en weer wakker te worden, net als plaatsen te bezoeken die je anders met een meute toeristen moet bezoeken, aan veel hogere prijzen dan onze brandstofkost. Bossen en wouden, rivieren, meren, de Tasmaanse Zee en de Pacific, elk een apart slaapwelmuziekje. We hebben alles gezien, meer dan als je van een ander (openbare bussen) afhankelijk bent, maar misschien hebben we wel minder ‘gedaan’. Zoveel mogelijk gewandeld, maar de laatste week is dat er ook niet teveel van gekomen. Morgen doen we onze ‘Fortune favours the brave binnen’ en gaan we 4 nachten chillen en loungen in Sydney (we hebben net een waanzinnig 4 sterrenhotel in een last minute geboekt: 'let's indulge!!'), voor dan weer 1,5 maand een buske in te kruipen en aan een volgende roadmovie te beginnen. We zijn klaar met NZ for the time being, maar ooit zetten we hier nog eens voet aan wal in summertime. Om het op zijn kiwi’s af te sluiten: ‘see ya later’.

woensdag 23 september 2009

Na regen komt zonneschijn... en dan terug regen... en dan terug... regen

Na het regenachtige Wellington, zijn we op een zonnige zondagmiddag de ferry opgereden om richting het zuideiland te varen. Eerste stop waren de Marlborough Sounds, in het noorden. Dat zijn fjorden, net als de Noorse. Daar 's avonds nog ingereden, camionette geparkeerd, sunsetje meegepikt, geslapen en in prachige setting wakkergeworden.





Dan langs de noordrand van het eiland in westelijke richting naar het eerste opgerichte nationale park van NZ gereden, het Abel Tasman park, genoemd naar de Nederlander Abel Tasman die als eerste Europeaan langs NZ is gevaren. Prachtig park, jungle, schitterende stranden (wordt de Gold Coast genoemd) en verschikkelijke zandvliegen. Die kleine fuckers zijn een echte pest, steken en jeuken een pak harder en langer dan muggen. Een typische plaag van het zuideiland, waar we in het noordeiland geen last van gehad hebben.



En dan in de middle of nowhere, midden in dat nationaal park, een eerste keer dikke pech. Terwijl ik de sleutel in het contact wil steken, breekt die (zonder wringen of zo) gewoon in twee. Oesje... Even Apeldoorn bellen. Na wat telefoontjes en wat wachten komt de Ricky, die de wagen start zonder sleutel. Terugrijden naar het eerste dorp, sleutel bijmaken, maar dat bleek niet zo eenvoudig van een gebroken sleutel vertrekkende. Bon, we hebben nu twee sleutels, maar die openen en sluiten niet op alle deuren...



Dan verder naar Farewell Spit, een vogelreservaat, waar vreemd genoeg meer schapen en koeien liepen dan we vogels zagen. Op massa zwarte ganzen na, maar die zaten te ver op water om een deftig kiekje van te kunnen nemen.





Dan een pak naar het zuiden gereden, naar het Kahurangi National Park. Veel bomen, en rode rivieren, van de tannines van rottende bladeren en mossen...



en grotten...



... en nog prachige wandelingen met Indiane Jones-achtige bruggen.



Verder zuidelijk op enige zeehonden kolonies in Cape Foulwind gestoten, die lekker in het zonnetje lagen op te warmen.



De pancake rocks, opmerkelijk door sedimentlagen gevormde gelaagde rotsen, die op bizarre manieren door water en wind zijn uitgesleten.






even picknicken en de zonnecellen wat opladen.


's avonds nog een zonsondergangetje meepikken.



Een paar meren afrijden de volgende dagen, op weg naar de hoogtepunten van het zuideiland.


De gletsjer Franz Josef en Fox, twee gletsjers die afdalen tot in de bossen en waar je tot op enkele meters kan naar wandelen. Samen met de Argentijnse gletjeser in Patagonië de makkelijks toegangkelijke gletsjers ter wereld. Dan kwamen de wolken alweer ernstig opzetten, en sindsdien zijn die ook niet meer verdwenen, met als gevolg regelmatig regen, en een enorme dip in temperatuur.

Het zwart, vuil in de gletsjers is te wijten aan alle rotsen en steengruis die meegesleept worden. Als de zon loodrecht op de gletsjers staat, zou je een blauwe schijn van het ijs moeten zien. Dit spectacel zal echter voor een andere keer zijn voor ons.

Net als de spectaculaire reflectie van de hoogste berg van NZ in het meest gefotografeerde Lake Matheson. De enige reflectie die wij zagen was die van wolken. En dan heb je daar 'die hards' die uren wachten om de perfecte foto te nemen: dream on...




Dan veel te veel gereden. Wegens het slechte weer honderden km gereden, over bergpassen en door wouden, zonder stoppen, anders was het toch maar verzuipen. Op een zonderling droog moment passeerden we in Arrowtown, een piepklein pitoresk historisch dorpje.



En daarna is het t.g.v. het weer echt bergaf gegaan. Verder op weg naar het grootse hoogtepunt van het zuideiland, Fjordland National Parc hebben we twee dagen door regen gereden. Eindelijk aangekomen was de weg naar het park afgesloten wegen sneeuwval. De dag erna zou de weg terug opengaan, maar dat nam niet weg dat het al een hele onderneming zou worden. 's Nachts in de bossen geslapen, waanzinnige regenvlaag gehad, wat sneeuw in die bergen betekende. 's Morgens dilemma, want met sneeuwkettingen hadden we geen zin om eraan te beginnen. We overwogen het georganiseerd te doen, gingen een koffie drinken om te overleggen en toen we terugkwamen was de achterruit van onze camionette gebroken. Olé. Nogmaals Apeldoorn bellen, zelf een glazenmaker gaan zoeken. In dat klein dorp hadden ze natuurlijk die ruit niet in stock. Ofwel wachten, ofwel doorrijden naar een grotere stad. Bye bye Fjordland, uren rijden dan maar, ruit laten vervangen, verder door de regen rijden, vastzitten in de modder en 45 minuten proberen de wagen los te krijgen met stenen en kiezel voor en achter de banden te leggen. Onder de modder hangend toch kunnen doorrijden.
De laatste dagen hebben we dus echt wel een paar dingen door omstandigheden gemist. Zijn we enorm voor op schema, en zitten we al terug aan de oostkust. Hier moet het normaal warmer zijn, maar of 4° en regen daaraan voldoet betwijfelen we. We beleven hier de lente-equivalent van onze maartse buien en aprilse grillen. Echt NZ ten voeten uit.

zaterdag 12 september 2009

Dipje in ons tripje...

Voorbije week was iets minder tof dan de eerste: een deel te wijten aan onszelf, een deel aan omstandigheden. Na het mooie Roturua, hebben we nog verschillende mooie streken aangedaan, zoals het eerste Nationale Park op onze route, het door de UNESCO om culturele (Maori erfgoed) en natuurlijke redenen beschermde Tongariro Park. Deze vulkanen zijn enkele jaren geleden nog uitgebarsten, en een ervan was het decor van Mount Doom in de verfilming van Lord of the Rings. Deze vulkanen (in de zomer zonder sneeuw) waren het decor van Mordor in dezelfde film.






Vervolgens hebben we het land doorgestoken naar het westen, waar een andere vulkaan de 'stand in' was voor Mount Fuji in de film Last Samourai.
Het land doorkruisend zijn, eindeloze lappendekens van velden, bossen... zijn we ons toch vragen beginnen stellen over dit landschap. De paar natuurlijke bossen die we gezien hebben in het noorden, bevatten een enorme diversiteit en densiteit van fauna en flora. Maar het grootste gedeelte van dit land zijn velden...


... en aangeplante bossen, want de houtindustrie is hier waanzinnig. Veel gebouwen zijn hier in hout, en in de haven van één van onze volgende stops zagen we tienduizende stammen voor export liggen. Er zijn dan wel enorme aangeplante bossen, maar veelal dennenbomen waarvoor de oorspronkelijke wouden zijn moeten verdwijnen, want ondanks hun diversiteit zijn ze 'economisch' minder rendabel. Hoewel nog mooi en groen, begin je bepaalde landschappen dan toch met andere ogen te bekijken. Je ziet het kunstmatige ervan in, beseft wat er voordien geweest moet zijn en dan is het verschil toch zeer groot. Nu is dat overal wel zo, maar dit land is op slechts 200 jaar het overgrote deel van zijn woud verloren, afgebrand voor velden en kunstmatige en econmisch rendabele naaldbossen. De impact van mens op natuur werd ons meer en meer voelbaar tijdens onze rit door dit prachtige land. Eigenlijk is dit land de voorbije 200 jaar 1 agrarisch laboratorium geweest, waar honderden soorten planten en dieren zijn ingevoerd, direct of indirect de natuurlijke fauna en flora verstorend. Sommige introducties waren ongetwijfeld onschadelijk, maar van de meeste konden de gevolgen niet ingeschat worden en moesten de gevolgen betuigeld worden door andere soorten te introduceren, en zo bleef de spiraal maar doordraaien met als gevolg dat N-Zeeland op 200 jaar een waanzinnige metamorfose onderging, maar toch nog groen is gebleven wat op onkritische zielen de indruk van het 'aards paradijs' maakt.



Waar zit het dipje dan. We hebben het te weinig beleefd, teveel op zijn Japans gedaan. De wandelingen in deze streken zijn vaak zeer zwaar (dus maar niet), en we hebben een aantal dagen teveel gereden. Dan zie je de pracht ook wel, maar ben je er minder tussen en in. Dat stuk is aan onszelf te wijten, maar van het westen zijn we terug naar het oosten doorgestoken, en daar was het landschap toch duidelijk minder indrukwekkend. Vlakker, eindeloze velden, geen wouden en zelfs bijna geen 'kunstmatige' bossen meer. Dan maar het beste ervan proberen maken: minigolven met zicht op de Pacific in Napier!


Napier is in 1931 helemaal platgelegd door een aardbeving. De heropbouw heeft geleid tot de op de dag van vandaag bewaarde stadskern met allemaal art deco gebouwen, wel een speciaal zicht.


Na Napier wilden we richting zuiden nog wat Forest Parks aandoen, maar het weer draaide zo drastisch (twee dagen regen aan één stuk) dat we de natuur maar achter ons lieten, en meteen naar de meest zuidelijke stad van het noordeiland, Wellington zijn doorgereden. Dit is een mooie stad, de politieke hoofdstad van N-Zeeland, en weer zeer 'behapbaar in grootte'. Hoewel Auckland en Wellington toch tot de grootste steden van N-Zeeland behoren, kan je je hier als Belg snel thuisvoelen, omdat dit geen miljoenensteden zijn zoals de vorige metropolen op onze route.
In Wellington zijn we noodgedwongen tot 2 maal toe naar de film geweest, musea bezocht, city camping gedaan (absoluut geen aanrader, want waar moet je dan 's nacht gaan plassen), en veel te veel geld opgedaan in restaurants, cafés ed, maar wat moet je met dit weer en na sobere weken de ene consumentenprikkel na de andere krijgen: shop till you drop, koop je gelukkig, of zijn minst eet en drink je gelukkig :).


Alleszins, vandaag vertrekken we met de ferry naar het zuideiland. We hebben gisteren de rest van onze route uitgedokterd, en hebben er terug veel zin in. Het zuideiland bevat het overgrote merendeel van de juweeltjes waar N-Zeeland gekend voor is, het merendeel van de National Parks, het merendeel van de decors van Lord of the Rings, een overvloed van natuurfenomenen (van coastal parks, alpine parks met gletsjers, fjorden en ga maar door) op een kleine oppervlakte. Als jullie alvast bidden tot de weergoden, kan het de volgende weken voor ons alleszins niet tegevallen.

maandag 7 september 2009

Happy campers

Maandagmorgen een emotioneel vertrek in Tahiti. Beide verschillende afscheidskransen (kransen van schelpjes) gekregen. Dan 6 uur vliegen, overheen de 'date change' lijn. De eerste keer van ons leven een dag van maar een paar uur meegemaakt.

Dan aangekomen in Auckland en direct op ons gemak gevoeld. Schitterende stad. Niet veel historische gebouwen, en maximaal 200 jaar oud, maar knappe moderne stad, superproper, gezellig, stijlvol en niet te druk. En bij het binnenrijden een grote billboard 'RANDSTAD: shaping the world of work'. Niet moeilijk dat ik me hier direct thuisvoelde. Auckland: the city of sails met ontelbaar veel zeilboten in de baai.



Na een paar uur al vertrokken in onze camper: 'Hit the road Jack'!



Na 15 minuten reden we al tussen werkelijk prachtige landschappen. Onze eerste avond sliepen we zo'n 250 km ten noorden van Auckland, naast het strand en de zee. Hieronder onze eerste slaapplek.



En ons eerste ontbijt...



Volgende dag, in de Bay of Islands...



En de leuze van de maand: 'Fortune favours the brave!'.



Schitterende natuur: velden, stranden, kliffen, koeien, bossen, schapen, prachtige slingerende wegen door magistrale landschappen...





Het meest noordelijke punt van NZ: Cape Reina. Hier botsten de Tasman Sea (golven komende van links, zee ten westen van NZ) en de Pacific (golven komende van rechts, oceaan ten oosten en noorden van NZ) tegen elkaar. Een prachtig spectakel...



En voor degene die niet weten hoe ver we van huis zijn: Londen 19000 km.


En nog koeien, het enige dat onbreekt zijn de paarse koeien.


En dan nog iets maf: een paar zandduinen van 30 tot 60 meter hoog.



We zijn daar gaan rondrennen, en ik voelde mij voor het eerst in 20 jaar terug een kind. Wij waren daar toevallig eerst aangekomen en beklommen een eindeloze zandbak, met muren van zand die vele 10 tallen meters hoog waren. En ik kon niets anders doen dan beginnen rondrennen. Blote voeten in eindeloos door de wind gladgeblazen zand. En dan naar beneden lopen en tot de knieën in het zand zakken: waanzinnig... Alleen, de rest van de dag wel zand gegeten.



Dan naar een bos, waar bomen staan waarvan verschillende bomen van 2000 jaar oud, met een stamomtrek van 16 en 17 meter. Niet makkelijk om op foto vast te leggen, maar een boom zien die 2000 jaar oud is, een stam die gigantisch is, daar word je stil van. Zie je tussen die andere bomen die gigantische stam: deze is 16 meter omtrek!



Dan verder richting zuiden (van het noordeiland), naar Rotorua, een streek met vulkanische en geo-thermische activiteiten, vol kratermeren.



en dampende poelen, met mineraalafzettingen die alle kleuren van de regenboog hebben.






En een geiser om het spectakel af te maken...

En dan terug ons kar in en naar Taupo, waar we vandaag zijn. Onze eerste week camperen zit erop. Het is een unieke ervaring. Nadelen is dat het hier 's nachts nog erg koud is (tussen 10 en 0 graden), en dat je je niet iedere dag kan wassen. Maar het voordeel is dat je op magnifieke plekken kan slapen, eten, altijd je huis bij hebt, kan stoppen waar je wil, en geen hostel om te overnachten moet zoeken. Maar elke dag door magnifieke landschappen rijden, echt cruisin' around van 's morgens tot 's avonds, enkel onderbroken om te wandelen, inkopen te doen, pick nicken, een expresso of latteke te gaan drinken. Echt een road movie, die een heel ander soort praktische problemen meebrengt dan het backpacken hiervoor. Maar ook een uiterst vreemd gevoel van vrijheid. Bon, it's time to hit the road again...