maandag 31 augustus 2009

Over koele Chilenen en warmhartige Tahitianen...

Het is alweer enige tijd en vele kilometers geleden. Een kleine anderhalve week geleden zijn we in het mooie Cuzco vertrokken. Deze stad is in Z-Amerika de het meest door H1N1, swine flu, geplaagde stad, te danken aan het feit dat dit de door toeristen meest bezochte locatie is, vooral veel Amerikanen. De laatste komen vaak slechts voor één weekje op en af.



Het heeft ons 21 uur gekost om terug in Lima te raken. We zijn tot 5000 meter met een dubbeldekker moeten klimmen om over het gebergte in midden Peru te raken: magnifieke zichten, en waanzinnig wagen- en hoogteziek. In Lima nog een namiddag doorgebracht, maar aan de andere kant van de stad als de vorige keer. Deze keer aan de oceaankant gezeten, in het mondaine Miraflores. Was alsof je in een moderne Mexicaanse stad was. Af en toe zelfs appartementsblokken met zicht op de oceaan die in Knokke niet zouden misstaan. Zelfs in Peru zijn er blijkbaar waanzinnige appartementen te vinden, maar het zal maar weinigen gegund zijn. Lima is toch echt weer een Z-Amerikaanse stad vol uitersten. Krotten in hout, golfplaten en andere bricollage tussen de luchthaven en het historische centrum. Redelijke gebouwen richting oceaan, en grave appartementen op de zeedijk. Samen met de toenemende luxe, toenemende properheid. Ja propere straten in Lima, we hebben het toch mogen meemaken.





Na een middagje Lima, ‘s morgens naar Santiago de Chili gevlogen. Een verassing. Van de luchthaven naar het centrum met een gewone lijnbus. Nergens krotten, goede bussen als bij ons. Wat uitzonderingen daargelaten geen zwerfvuil langs de weg, en de ervaring leerde ons al dat de wegen luchthaven-centrum vaak halve stortbelten zijn. Santiago is in vele opzichten een interessante stad. Geen ongelofelijk knappe gebouwen, maar wel een redelijk gemiddelde. Maar vooral een vreemde mix van vanalles en nog wat. Gebouwen uit verschillende tijdsvakken die overal door elkaar staan, niet gegroepeerd in bepaalde wijken, maar vijf gebouwen naast elkaar die duidelijk onder totaal verschillende architectonische invloeden hebben gestaan. Ook een stad waar je je in dezelfde wijk zowel in Z-Amerika, Oostenrijk, Duitsland, Spanje en Zwitserland kunt wanen. Wsl zijn er idd hier weer veel Europeanen aangespoeld, voor en na WOII. Chili doet uiteraard aan Argentinië denken, maar de mensen zijn nog koeler, ogen ook Europeser, en de prijzen zijn ook merkelijk hoger (wsl ook weer een interessante link tussen deze feiten). In Chili ons ook nog eens goed verwend met lekkere vis- en vleesgerechten.




De dag erna al vertrokken. Even camperen op de luchthaven. Ons laatste Chileense geld aan hamburgers en donuts opgekocht. We hebben nog nooit zo ongezond als de laatste maanden gegeten: massa hamburgers, pizza’s (ik tot twee per dag), koeken en andere rotzooi. Weinig fruit en verse groenten.



Dan even uitstappen op het Paaseiland, Rapa Nui, ook nog Chileens territorium. Naar de beroemde beelden zijn we niet gaan kijken, aangezien we louter in transit zijn uitgestapt. Wsl waren we op dat moment het verst van huis dat we ooit al geweest zijn, veel duizenden kilometers ten westen van Z-Amerika. We kregen het niet in ons around-the-world ticket om dit eiland te bezoeken, want dan zouden we teveel stops in Z-Amerika gehad hebben. Maar erg konden we dit niet vinden, aangezien we onderweg waren naar het paradijs, Tahiti.



Aankomen in Tahiti om middernacht, naar ons gevoel (Z-Amerikaans ritme) was het al half zes ‘s morgens. 18000 km van huis ongeveer. Voor Tahiti hadden we als één van de weinige uitzonderingen eens vooraf gereserveerd. Toffe bungalows, uitkomend op de lagune. Ideaal voor wat te rusten en wat te kajakken op de lagune. Een kleine 100 meter verder breken de golven op een koraalrif dat (met uitzondering van de oostzijde) het ganse eiland omringt. We hadden daar voor 8 nachten geboekt, om te rusten, wat bij te lezen en dergelijke. Enige problemen die zich de eerste dag al ontvouden: te ver van alles weg (enige winkel in de buurt, één km verder, had geen verse producten), buiten zonnen en kajakken niets anders te doen, geen stranden, geen restaurant in de buurt, en als uitbater rijke Franse eikels. Er klopte vanalles niet aan het plaatje dat we (en wsl iedereen) van Tahiti heeft. Waar denken jullie aan? Laat me raden: witte stranden, rustige atmosfeer, traag levensritme, eenvoudige mensen? Laat ons even één en ander bijstellen: het weer is bangelijk goed, de zee is mooi, maar in Tahiti zijn bijna geen stranden. Rustig? Hier rijden waanzinnig veel auto’s rond. Op alle eilanden van Frans Polinesië wonen maar 300.000 mensen, maar op het hoofdeiland, Tahiti, het centrum van de Franse administratie rijden evenveel auto’s als mensen rond. En 50% zijn SUV’s. Eenvoudige mensen: ik overdrijf niet dat je in Papetee, de hoofdstad van Tahiti meer Cayennes, Land en Range Rovers en Hummers ziet dan in Antwerpen Centrum. Dit trekt hier op knokke, zij het dat het hier niet mondain is. Er klopt hier iets niet. Alles is hier 50 tot 100% duurder dan in België: Een appel in een supermarkt: 1 dollar. Een lokaal blikje bier in een supermarkt: 2,5 dollar. En dan begin je na te denken hoe dit kan…





Dag drie naar de hoofdstad gegaan. Zelden maak je als Europeaan mee dat je je ergens arm voelt. Niet dat we hier jetset zagen, maar die komen aan in privé-jets, grote jachten, helikopters, en vliegen direct door naar de tropische en idyllische zustereilanden zoals bora-bora of de vele atollen op een andere Frans-Polynische archippel. Maar wel fast food restaurants, waar de mensen in versleten kleren zitten, en koffies van 5 dollar drinken. We begonnen ons al met ons lot te verzoenen, toen iets vreemd gebeurde. We gingen inkopen doen in de supermarkt om toch nog verse groenten te hebben voor de volgende vier dagen. De bussen die ons 35km moesten meenemen, zaten allemaal propvol. De laatste bus, die van 6 uur, kwam niet meer opdagen. Na 1,5u wachten stonden we daar, de nacht viel (en dat gebeurt hier snel) en het begon te onweren. ‘s morgens hadden we ook al 35km moeten autostoppen omdat hier te weinig bussen reden. En een taxi voor die afstand kost 90 euro hier. Plots stopt een pick-up voor mijn neus. Moeder met kinderen. ‘Naar waar moeten jullie?’ ‘Papara’. Gelach. ‘Mon dieu, qu’est-ce que vous faites là?’ ‘Petit pension familial, pas trop poli, raté notre bus, blablabla’. ‘Venez, je vous depose’ ‘Ok merci’. Tien minuten later trakteert Moana ons eerst op MCDo (onze verhalen over ons pension deden haar zozeer lachen), haar man komt ook nog af, goed gelachen. Op het eind van de avond nodigen zij ons uit om de rest van de dagen bij hen te logeren: kwestie van toch een warm Polinesische ontvangst te krijgen, en wat dichter bij de actie te zitten. ‘Euh, merci, c’est trop gentil, mais cela n’est pas necessaire’. ‘Oui, j’insiste. Les enfant adorent de rencontrer des étrangers’. De dag erna zijn we verhuisd. Onwaarschijnlijk. We hebben vier dagen bij deze mensen gewoond, met hen gegeten, met de kinderen op één van de verborgen stranden gezeten (die toeristen niet vinden), en nougatbollen betaald. Een onwaarschijnlijk tof gezin, mix Frans-Polynesich, één en al altruistisch. Twee schatten van kinderen, eenvoudig maar hartstochtelijk huisje: een unieke ervaring. Heel veel gepraat, veel geleerd over Tahiti en de eilanden.

Het verhaal van de Cayennes en Hummers. De Fransen pompen hier miljarden euro per jaar binnen. De mensen verdienen hier door Franse ondersteuning 30%bruto meer dan in Frankrijk, en daarbovenop betalen ze geen belastingen. We begonnen stilaan te begrijpen waarom dit het paradijs is. En dan leven de mensen hier nog elke dag alsof het hun laatste is. Hier lenen mensen op 15jaar om hunnen dikke jeep te betalen. Fonctionnaires die hier komen krijgen waanzinnige loonsverhogingen, vaak logies op koste van de staat, en all this taxfree! Waanzin, en dit allemaal om Frans voet in de Pacific te houden. Fr-Poly is qua oppervlakte zo groot als Europa. Alle vliegtuigen die van Amerika (N&Z) naar Australië gaan, vliegen erover en betalen. Boten idem: kassa kassa. Verder het geo-politieke belang van Franse basissen in de Pacific te hebben. Hier leer je nog eens iets van geopolitieke en economische belangen.

Toch nog een dag naar een ander eiland gegaan, Morrea, ook deel van de Society-islands binnen Frans Polynesië. Scooter gehuurd om langs het eiland te cruisen, wel de typische droomstranden met hutten in zee gezien, minder auto’s, mensen die wel nog dag zeggen, en anderhalf uur drash national waar wij absoluut doormoesten knallen om onzen boot te halen. Zeiknat, maar schitterende ervaring.








Hoewel Tahiti ons niet gebracht heeft wat we verwachtten, wat we op de andere eilanden misschien wel hadden kunnen beleven, heeft ons verblijf bij dit gezin ons iets laten ervaren wat het meest tropische strand en idyllische omgeving ons niet hadden kunnen geven. We hebben een belangenloze gastvrijheid mogen ervaren die geen van ons beiden ooit ervaren hebben. Gelovige mensen, maar geen dwepers, die proberen in hun kleine wereld goed te doen. Locale mensen die eenvoudig, maar heel goed leven. Die geen luxe willen, maar wel veel reizen. Geen dure auto’s, maar wel reizen van Hawai naar Frankrijk en verder. Openhartige en open-mindend mensen, die de rijkdom des levens niet materieel maar in ervaringen uitdrukken. De familie Tixier: moge God hun belonen, of beter gezegd blijven belonen, want dit zijn echt heel gelukkige mensen. We gaan hier morgen met een klein hartje vertrekken. We hebben ongelofelijk veel zin in Nieuw-Zeeland, maar het geluk en de warmte die we hier ervaren hebben, zal ons altijd bijblijven.




Gans de familie: Moana, Ryan, Whaly, Belou: Famille Tixier, encore une fois, merci beaucoup pour l'acceuil!

woensdag 19 augustus 2009

In het hart van het oude Inca rijk...

Enige dagen geleden dus in Cuzco aangekomen, de hoofdstad van het oude Inca rijk. Oud is wel relatief, want de Inca's zijn maar één van de vele indianenstammen die in Zuid-Amerika geleefd hebben. Zij het de meest gekende, omdat ze het grootste rijk hadden (lees 'dus ook het meest veroveringsgezind en oorlogszuchtig waren') en het laatste rijk waren voor de Spanjaarden Zuid-Amerika tot hun achtertuin maakten. Het Inca rijk is zachtjes vanaf de 12e eeuw opgebouwd, om pas in de loop van de 14e, vooral 15e eeuw te groeien tot een groot rijk van huidig Ecuador (tot aan de Colombiaanse grens), door Peru en Bolivië, tot Noord-West Argentinië en Noord-Chili. Eerste helft 16e eeuw was het al voorbij, t.g.v. het buskruit, het staal en de vele ziektes die van de oude wereld meekwamen.

Cuzco is vandaag nog een prachtige stad. Zodra de Spanjaarden Peru hadden ingelijfd, werd Cuzco veel minder belangrijk, ten voordele van Lima, want de Spanjaarden hadden havens nodig om al hun buit te verschepen. Niettemin is hier een mooie koloniale stad gebouwd, vaak op de oude Inca fundamenten of zelfs muren: gigantische blokken, zonder cement, magnifiek op elkaar gestapeld. Hier zijn nog straten, waar je tussen Inca muren doorloopt. Een speciale historische ervaring, hoewel Europa natuurlijk nog 'vol' staat van gebouwen die 600 jaar oud zijn. Jammer genoeg hebben de Spanjaarden hier weer zo goed als alles afgebroken om te recycleren in hun koloniale bouwwerken. Het is eigenlijk opmerkelijk dat er van de Inca's nog zo weinig rechtstaat, zeker in vgl met de bouwwerken van de Maya's. Volgens ons is dat omdat de Maya bouwwerken vaker in jungles stonden, en bijgevolg ten eerste sneller overwoekerden en zo vergaten werden en ten tweede omdat de Spanjaarden in de jungle het minder gingen zoeken en zo de tempels niet afbraken om te recycleren in hun koloniale bouwwerken. In het openere en dordere Peru ontrokken de 'heidense' bouwwerken (met uitzondering van MP dan) zich moeilijker aan het roofzuchtige koloniale oog.













Een aangename en mooie stad, vol leuke restaurantjes en gezellige cafétjes, heerlijk eten. En een gezellige drukte, die toch niet te vermoeiend is. Een heel verschil met het gekke La Paz waar we net vertrokken waren, een stad die te groot is geworden voor de vallei waar ze voor bestemd is (hieronder).

Cuzco is het vertrekpunt om naar de bekendste Inca site te gaan, Machu Picchu. De excursies vanuit Cuzco zijn waanzinnig, schandalig duur. Tickets hier reserveren ook. Dan maar alles zelf doen. Wat meer 'hastle', maar toch veel goedkoper, en voor echte trotters een veel 'echtere' reiservaring. Vanuit Cuzco met de trein vertrekken, rond de 180 dollar. Vanuit een dorp halverwege vertrekken, maar vanuit Cuzco reserveren, zou nog meer dan 100 dollar per persoon enkel voor de trein kosten. Dan maar rechtstreeks bij Peru Rail gereserveerd, en voor 62 dollar per persoon konden we vanuit Ollantaytambo met de trein naar MP.
Ollanta (afgekort) is het laatste punt in de voor de Inca's Heilige Vallei, van waaruit je enkel per trein naar Machu Picchu (MP) kan, tenzij je één van de Inca Trails bewandeld. Dat laatste moet schitterend zijn, maar in het hoogseizoen, moet je het gekendste pad één jaar op voorhand reserveren. Alternatieve paden kunnen later, maar dan spreek je nog over minstens weken, veelal maanden. En de prijzen zijn waanzin, rond de 300 dollar voor een aantal dagen en in grote groepen.
Nu met zijn twee in een gedeelde taxi door de Heilige Vallei getrokken. Een prachtige vallei, tussen twee bergketens in, met bomen (uitzonderlijk voor Zuid-Peru) en de idyllissche rivier die erdoor loopt. Ollanta is nog een oud Inca dorp, met op de berg erboven hun typische terassen en de overblijfselen van een groot fort. We hebben hier een ganse middag gewandeld, gedronken en gegeten, en 's avonds in een pittoreske Hostel geslapen: het voelde zowaar eens als vakantie :)

Alletwee een aantal vitamiene drankjes gedronken...




Dan proviant ingeslagen om de morgen erna om 4.30 op te staan, en per trein naar Agua Calientes, alias Machu Picchu Pueblo af te zakken. Coca koekjes, goed voor de vertering, energie en tegen de hoogteziekte.



Dan om 5.30 de trein op...



Om aan te komen in een dorp, dat zonder de (her)ontdekking van Machu Picchu in 1911 niet zou bestaan hebben. Dit dorp ligt tussen prachtige bergen, maar het dorp trekt op niet veel. Alleen hotels en restaurants, om de massa touristen op te vangen. Omschreven als 'one of the ugliest and most exploitative towns of Peru'. Het eerste viel nog mee, het was lelijk, maar we hebben lelijker gezien. Het laatste konden we wel bevestigen, wat ze hier voor een kamer vragen, Hmm even doorslikken.



Om dan asap naar the place to be te gaan. Aanvankelijk wilden we in Agua Calientes blijven slapen, om de zonsopgang in MP te kunnen zien. Maar toen wij boekten zaten de namiddagtreinen vol, en moesten we een ochtendtrein nemen. Niettemin waren we rond 8u 's morgens boven, waren er nog niet veel toeristen op de site (eigenlijk viel dat gans de dag nogal mee) en hing de misterieuze ochtendnevel nog boven de bergen. We hebben alletwee de meeste Maya sites in Z-Mexico, Guatemala, N-Honduras gezien, maar door de ligging, is MP toch wel heel uitzonderlijk. Zoals elk al dan niet historisch bouwwerk, bepaalt de interactie en integratie van het gebouw met/in de omgeving mee de schoonheid ervan. En dan kan er aan MP niet veel tippen.



We zijn hier een achttal uur gebleven, vaak gewoon op een plateau liggend om het allemaal tot ons te laten komen. Wat trouwens opmerkelijk is, is dat ze nog steeds niet weten wat de functie van MP was. Vele hypotheses, maar geen zekerheid. Wat wel duidelijk is, is dat dit een technisch hoogstandje is. Hoe met dergelijke grote stenen op deze hoogte bouwen? Hoe dergelijke vlakke terassen krijgen op een bergtop?




En dan moest ik mijn grenzen weer eens verleggen. Achter MP, ligt Wayna Picchu, die hoge berg op de achtergrond. Vanop de top heb je een waanzinnig (klein) zicht op MP, en op de top van WP vind je een mini MP.


Per dag mogen er maar 400 mensen op. De meesten staan om 7u al aan te schuiven. Ik kom daar aan zonder mijn ticket, en er waren nog 2 plaatsen voor die dag. Die kerel wou mij geen toelating geven omdat de toegang persoonlijk was en aan het algemeen toegangsbiljet moest geniet worden. Ik weer van mijn oren maken (wordt hier een gewoonte in Z-A), maar hij zou toch een toegangskaartje opzij houden tot ik mijn biljet ging halen. Voor de 3e maal gans de site overgecrosst als ne gek, omdat Caro aan de andere kant vanop een Mirador van het magnifieke zicht en het ochtendzonnetje was aan het genieten. Ik geloofde er geen jota van dat hij een kaartje ging opzij houden, maar blijkbaar was ik overtuigend genoeg geweest. Ik was de gelukkige laatste voor die dag, vanaf nu is 400 mijn lucky number...


De klim was waanzinnig, en op zijn Z-Amerikaans onverantwoord. Enorm hoog, geen reling, afgronden van vele tientallen meters naast een pad van 40 tot 150 cm breed. In het begin was er veel begroeiing op de flanken, dus zag je de diepte niet naast je gapen. Op de top van de berg was het echter de absolute waanzin. Ik durf openlijk toe te geven: ik was bang, echt bang, bij momenten waanzinnig bang. Voor een mens met een gemiddelde hoogtevrees, was dit teveel van het goede, maar stoppen was nu geen optie meer. Ik moest bij momenten voortdurend tegen mezelf inpraten, maar zo dicht bij de finish ga je gewoon door. En het was de moeite. Het zicht was nog waanzinniger dan de angst die eraan voorafging. MP was nog maar een vlek. De mensen stipjes, en het zicht op de omringende bergen was grandioos. Ook hier bouwwerken en terassen. Hoe ze het gedaan hebben, een echt misterie...


Een bewijs dat deze aan hoogtevrees lijdende beunhaas effectief daar is geweest, en niet een foto van internet heeft geplukt. Boven op een van de terassen van enkele m2 groot, zonder reling, en afgronden van 10tallen meter diep ernaast. Zelfs in het midden dierf ik amper op mijn benen staan. Alles begon onmiddellijk te draaien. Gelukkig heb ik nog ooit op handen en voeten leren kruipen. Maar het zicht was zo fenomenaal, dat als er goden bestaan, ik toch dicht bij hen moest geweest zijn, en dat gaf sterkte...



In de namiddag lekker samen verdergenoten op veilige hoogte. Het was vreemd hoe de site een deel van zijn misterieuze aanblik verloor toen de ochtendnevel door de schroeiende zon verdampt was, maar het bleef aangenaam vertoeven. Bovendien was ik doodop van de 3u durende klim en afdaling, nota bene op een dag dat we schandalig vroeg zijn opgestaan en niet ontbeten hadden.



Vrij laat in de namiddag terug afgedaald en rustig in Agua Calientes gegeten en blijven slapen. 's Morgens de trein terug naar Ollanta, dan de micro-bus naar Urubamba, om dan met de lokale bus naar een andere Inca vestiging in de Heilige Vallei te rijden, Pisac. Eveneens een machtig fort op de bergtop boven het dorp. Zo hoog, dat je het van beneden in het dorp amper kon zien. Vervolgens terug naar Cuzco, voor meer eten en drinken. Nu hier nog een dagje profiteren en dan terug naar Lima, om snel naar Santiago de Chili door te vliegen, een korte citytrip op weg naar Tahiti en de andere kant van de wereld. Bon, wij gaan nu maar eens lekker eten, drinken en wat in het zonnetje zitten...

vrijdag 14 augustus 2009

Over schoonheid en viezigheid...

Na Potosi zijn we naar Tupiza gereden. Gehobbeld is meer het woord, want van de 8 u durende rit was er na het verlaten van de stad Potosi geen meter asfalt meer. Stoffige weggetjes, en als je de pech had met de bus achter een ander voertuig te hangen, kon je het stof in je mond proeven in de bus. Hieronder publieke commotie, toen we 5 u zouden moeten wachten door een wegblokkade omdat ze aan de weg waren aan het werken. Gelukkig kon dit voor onze Boliviaanse medereizigers niet door de beugel, en de druk die die ene wegewerker te verduren kreeg, werd zo groot, dat hij ons doorliet. Waarschijnlijk dacht hij dat we het dan maar zelf moesten weten als tgv de dynamiet explosies rotsblokken op de weg konden vallen.





Tupiza wordt het wilde westen van Bolivia genoemd. Dit stadje ligt op de weg naar Argentinië, waarvan we nog maar een paar uur verwijderd zijn. Wat nieuw was voor ons is dat dit de plek is waar de legendarische Sundance Kid met zijn companjero zijn gestorven bij een mislukte overval op de payrol (lees 'geldkoffer') van de mijnwerkers.

We hadden in Tupiza afgesproken met Iris en Lars, een tof koppel uit Mechelen nota bene, die we onderweg van Copacaban naar La Paz hadden leren kennen. Onze plannen voor Bolivia trokken op elkaar, buiten de volgorde. Aangezien we alle vier het legendarische Zuid-West circuit wilden doen, hebben we ons zo georganiseerd dat we dit met vier konden doen, dan weet je ten minste met wie je vier dagen dag en nacht samen in de jeep zit, en op de kamer slaapt. Maar daarover later meer.

In Tupiza hebben we ook zo'n echte Wild West storm meegemaakt. Enorme wind, de hemel werd grijs van alle stof dat rondzweefde, als je buitenkwam moest je een sjaal rond je gezicht wikkelen want het stof geselde je gelaat, stofbalen en plastiekzakken zweefden rond, de laatsten tot 10 m hoog en alles wat niet vastzat was een speelbal voor de wind. 's Avonds de elektriciteit voortdurend aan en uit en s' morgens alle internetverbindingen onmogelijk. Spannend. Het enige wat ontbrak waren de klepperende klapdeuren zoals vroeger in de 'saloons' hingen.





Een dag samen wandelen tussen maffe bergen, een gevolg van eeuwenlange erosie door wind en water.





Doorheven kloven kruipen...





Samen op hellingen kruipen om een stoere foto te kunnen trekken...





En op paden waar helemaal geen toeristen komen de gevolgen van de opkomende Boliviaanse consumptiemaatschappij en hun "je m'en foutisme" te aanschouwen. Wie een busninessplan wil opstellen voor afvalverwerking in Zuid-Amerika, ik ben er zeker van dat dat het nieuwe goud van de toekomst zal zijn.





Op datzelfde pad, af en toe weer een verdwaald huis. Je vraagt je dan af waar deze mensen van leven in dergelijk droog klimaat, geen electriciteit noch lopend water, te droog om groenten te plannen en een paar uur lopen van de bewoonde wereld.





De dag erna ons avontuur begonnen. We hadden ons nog ontfermd over een medelijwekkende Deense die al dagen in Tupiza zat, en blijkbaar geen jeep vond om het South-East circuit mee te doen. Ja Edwin, het was weer een van Copenhagen, en juist hetzelfde gezever als we als eens hebben meegemaakt met één van daar. Dit circuit begaf ons tegen de grenzen van N-Argentinië en N-O Chili.

Na een eerste dag rijden, een eerste stopplaats om te slapen, op 4200 meter. We waren nog vol goede moed, maar hadden toch onze eerste fles Pisco Sour nodig. Niet te zuipen, maar alcool is alcool, en met een barre nacht voor ogen was dit het belangrijkste. (Er stonden ons trouwens 3 nachten te wachten, van slapen in barakken of stallen, buiten -15 à -10 graden, kamers zonder verwarming, electriciteit tussen 7 en 9 's avonds en een golfplaten dak boven ons hoofd)





Tijdens die 4 dagen was tanden poetsen het enige dat we gedaan hebben aan hygiënemaatregelen. Geen warme douches, en ijskoud behalve 's middags, dus allevier hebben we vier dagen en vier nachten niet van kledij verwisseld (niets, misschien een paar sokken daargelaten) en uiteraard niet gewassen. Het water was er zelfs te koud om je tanden of handen te wassen. Tanden poetsen dan maar met gebotteld water, en handen wassen met ontsmettingslotion. Zolang je je kleren niet uitdoet valt dat mee, maar toen we finaal de 5e dag terug in La Paz aankwamen, hebben we enorm genoten van een warm douchske uiteraard.





Vier dagen hebben we rondgereden tussen de 4000 en de 5000 meter. Vaak stonden we op punten die hoger zijn dan het hoogste punt in Europa, de Mont Blanc. Hoewel de lucht prachtig lichtblauw is, is het dan nog steeds net onder nul als de zon nog maar even op is. Freeeezing...





Met onze Nissan Patrol door menig bevrozen rivier moeten ploeteren, af en toe een andere 4x4 eruit moeten trekken of duwen, want op een ijsspiegel draait zelfs een LandCruiser wel eens door.





Door eindelozen woestijnen gereden. Eindeloze zandmassa's met op de horizon bergen en vulkanen met toppen tussen de 5 à 6000 meter. Wij rijden hier zelf op plateaus op 4000 meter.





Prachtige vulkanen en lagunes, tientallen in verschillende kleuren tgv de verschillende mineralen. Hieronder zijn we aan laguna verde aangekomen, die op dat moment nog niet zo 'verde' was. De lagune bevat een tiental mineralen, maar vooral arsenicum en magnesium. Omdat er nog geen wind was, was de lagune nog niet groen, maar een prachtige spiegel die de 5800 meter hoge vulkanen errond weerspiegelde.





Na wat wachten stak de wind op, en zagen we de lagune voor onze ogen veranderen in een lichtgroene oppervlakte. Een prachtig kleurenspectakel.





Later die dag geisers gezien, met kolkende modderpoelen. Stinkend naar rotte eieren, een schouwspel van de geothermische aktiviteiten in deze vulkanische regio. We stapten uit de jeep, en Lars zei nog, "Het stinkt hier naar zweetvoeten". Ik nog zo stom om te zeggen dat ik mijn schoenen even had uitgedaan, maar hij grapte met de buitenlucht uiteraard. Zweetvoeten is trouwens een illusie als je op een paar uur na 24u bevroren voeten hebt.

In een westers land zouden hier hekken hebben rondgestaan. Hier uiteraard niet, wat het alleen maar mooier maakt. Gevaarlijker ook, want je kan tot 3e graad brandwonden krijgen, alleen van de gasdampen alleen al!








Het ochtendritueel: uit onze barak kruipen, amper of niet geslapen door de koude en onze jeeps inladen. Dit kan snel gaan, aangezien we allemaal met al onze kleren sliepen, behalve den dappere Lars, die in zijne poolslaapzak in zijn boxershort ging liggen (en de zot sliep dan nog iedere nacht het best en warmst van ons allen). Wij sliepen met onze broek (overdag droegen we trouwens 2 broeken over elkaar tegen de wind!), drie truien en een muts aan!



Stoom die uit de kieren van de aarde opspoot. Moesten dat nu eens beheersen om hun barakken te verwarmen...



Ons gezellig ontbijt in primitieve omstandigheden en met nog primitiever eten...



Nog woestijn, met prachtig geërodeerde rotsformaties...




Nog lagunes (dit was trouwens een privé lagune, net buiten het nationaal park. Je vraagt je af wie een lagune wil in de middle of nowhere, maar als je het zicht bekijkt, en het goed draaiende restaurant en hotel, weet je weer waarom.)
We hebben hier honderden flamingo's gezien. In de zomer zouden er tienduizenden zijn, maar als je een paar honderd dieren ziet die je anders alleen in de zoo ziet, en met Miami associeert, en toch op 4200 meter ziet: Prachtig gewoon.



Een nog actieve vulkaan... (neen, dat is geen schouwpijp van een huisje op de top!)


Gekke formaties tgv de uitgebraakte lava...



Een blik op ons 'zout-hotel', gemaakt van blokken zout van de grootste salar van de werld, die van Uyuni, onze derde nacht en vierde dag. Deze salar bezit 60% van de wereldvoorraad aan lithium. Benieuwd hoelang dit nog nationaal park zal blijven, wat trouwens nu al niet belet dat er zoutwinningsactiviteiten zijn, maar het zout genereert zich toch. De zoutlaag is trouwens 2 tot 20 meter dik, dus hier kunnen blokken, tafels en hele stoelen zo uitgesneden worden.



Magnifieke zonsopgang om half zes 's morgens aan een temperatuur die wij allen aan -10° schatten, behalve de gids uiteraard die het warm vond. Op een winderige nacht gaat het op deze op vlaktes tot -30° in deze wintermaanden!










En dan in deze voor je zover als mogelijk kon zien witte zoutvlaktes, plots eilanden (bergtoppen die boven de zoutmassa uitkomen) eilanden vol cactussen, hallucinant...
Cactussen groeien 1 cm per jaar. De grootste cactus was 12 meter, begin maar al te rekenen hé...


Een bewijs van hoe ik Caroline op handen draag...


Dan met Lars waanzinnig in het bier gevlogen, want van al dat zout word je dorstig...



Ongelofelijk gesnoept...


Dan zoveel naar het WC gemoeten, dat de vrouwen tonnen WC papier moesten aansleuren...


Om dan uiteindelijk het niet meer te zien zitten en ons nietig te voelen in al dit natuurgeweld...


Ons laatste luxueuze middagmaal, en we konden terug naar de bewoonde wereld.

Van Uyuni met de nachttrein naar Oruro. Van Oruro de bus naar La Paz. In La Paz gewassen, lekker gegeten in het café van de gekke Belg, onze Luc, en dan de bus naar Cuzco, voor ons laatste groot wapenfeit in Zuid-Amerika, Machu Pichu.