
Het heeft ons 21 uur gekost om terug in Lima te raken. We zijn tot 5000 meter met een dubbeldekker moeten klimmen om over het gebergte in midden Peru te raken: magnifieke zichten, en waanzinnig wagen- en hoogteziek. In Lima nog een namiddag doorgebracht, maar aan de andere kant van de stad als de vorige keer. Deze keer aan de oceaankant gezeten, in het mondaine Miraflores. Was alsof je in een moderne Mexicaanse stad was. Af en toe zelfs appartementsblokken met zicht op de oceaan die in Knokke niet zouden misstaan. Zelfs in Peru zijn er blijkbaar waanzinnige appartementen te vinden, maar het zal maar weinigen gegund zijn. Lima is toch echt weer een Z-Amerikaanse stad vol uitersten. Krotten in hout, golfplaten en andere bricollage tussen de luchthaven en het historische centrum. Redelijke gebouwen richting oceaan, en grave appartementen op de zeedijk. Samen met de toenemende luxe, toenemende properheid. Ja propere straten in Lima, we hebben het toch mogen meemaken.


Na een middagje Lima, ‘s morgens naar Santiago de Chili gevlogen. Een verassing. Van de luchthaven naar het centrum met een gewone lijnbus. Nergens krotten, goede bussen als bij ons. Wat uitzonderingen daargelaten geen zwerfvuil langs de weg, en de ervaring leerde ons al dat de wegen luchthaven-centrum vaak halve stortbelten zijn. Santiago is in vele opzichten een interessante stad. Geen ongelofelijk knappe gebouwen, maar wel een redelijk gemiddelde. Maar vooral een vreemde mix van vanalles en nog wat. Gebouwen uit verschillende tijdsvakken die overal door elkaar staan, niet gegroepeerd in bepaalde wijken, maar vijf gebouwen naast elkaar die duidelijk onder totaal verschillende architectonische invloeden hebben gestaan. Ook een stad waar je je in dezelfde wijk zowel in Z-Amerika, Oostenrijk, Duitsland, Spanje en Zwitserland kunt wanen. Wsl zijn er idd hier weer veel Europeanen aangespoeld, voor en na WOII. Chili doet uiteraard aan Argentinië denken, maar de mensen zijn nog koeler, ogen ook Europeser, en de prijzen zijn ook merkelijk hoger (wsl ook weer een interessante link tussen deze feiten). In Chili ons ook nog eens goed verwend met lekkere vis- en vleesgerechten.


De dag erna al vertrokken. Even camperen op de luchthaven. Ons laatste Chileense geld aan hamburgers en donuts opgekocht. We hebben nog nooit zo ongezond als de laatste maanden gegeten: massa hamburgers, pizza’s (ik tot twee per dag), koeken en andere rotzooi. Weinig fruit en verse groenten.

Dan even uitstappen op het Paaseiland, Rapa Nui, ook nog Chileens territorium. Naar de beroemde beelden zijn we niet gaan kijken, aangezien we louter in transit zijn uitgestapt. Wsl waren we op dat moment het verst van huis dat we ooit al geweest zijn, veel duizenden kilometers ten westen van Z-Amerika. We kregen het niet in ons around-the-world ticket om dit eiland te bezoeken, want dan zouden we teveel stops in Z-Amerika gehad hebben. Maar erg konden we dit niet vinden, aangezien we onderweg waren naar het paradijs, Tahiti.

Aankomen in Tahiti om middernacht, naar ons gevoel (Z-Amerikaans ritme) was het al half zes ‘s morgens. 18000 km van huis ongeveer. Voor Tahiti hadden we als één van de weinige uitzonderingen eens vooraf gereserveerd. Toffe bungalows, uitkomend op de lagune. Ideaal voor wat te rusten en wat te kajakken op de lagune. Een kleine 100 meter verder breken de golven op een koraalrif dat (met uitzondering van de oostzijde) het ganse eiland omringt. We hadden daar voor 8 nachten geboekt, om te rusten, wat bij te lezen en dergelijke. Enige problemen die zich de eerste dag al ontvouden: te ver van alles weg (enige winkel in de buurt, één km verder, had geen verse producten), buiten zonnen en kajakken niets anders te doen, geen stranden, geen restaurant in de buurt, en als uitbater rijke Franse eikels. Er klopte vanalles niet aan het plaatje dat we (en wsl iedereen) van Tahiti heeft. Waar denken jullie aan? Laat me raden: witte stranden, rustige atmosfeer, traag levensritme, eenvoudige mensen? Laat ons even één en ander bijstellen: het weer is bangelijk goed, de zee is mooi, maar in Tahiti zijn bijna geen stranden. Rustig? Hier rijden waanzinnig veel auto’s rond. Op alle eilanden van Frans Polinesië wonen maar 300.000 mensen, maar op het hoofdeiland, Tahiti, het centrum van de Franse administratie rijden evenveel auto’s als mensen rond. En 50% zijn SUV’s. Eenvoudige mensen: ik overdrijf niet dat je in Papetee, de hoofdstad van Tahiti meer Cayennes, Land en Range Rovers en Hummers ziet dan in Antwerpen Centrum. Dit trekt hier op knokke, zij het dat het hier niet mondain is. Er klopt hier iets niet. Alles is hier 50 tot 100% duurder dan in België: Een appel in een supermarkt: 1 dollar. Een lokaal blikje bier in een supermarkt: 2,5 dollar. En dan begin je na te denken hoe dit kan…


Dag drie naar de hoofdstad gegaan. Zelden maak je als Europeaan mee dat je je ergens arm voelt. Niet dat we hier jetset zagen, maar die komen aan in privé-jets, grote jachten, helikopters, en vliegen direct door naar de tropische en idyllische zustereilanden zoals bora-bora of de vele atollen op een andere Frans-Polynische archippel. Maar wel fast food restaurants, waar de mensen in versleten kleren zitten, en koffies van 5 dollar drinken. We begonnen ons al met ons lot te verzoenen, toen iets vreemd gebeurde. We gingen inkopen doen in de supermarkt om toch nog verse groenten te hebben voor de volgende vier dagen. De bussen die ons 35km moesten meenemen, zaten allemaal propvol. De laatste bus, die van 6 uur, kwam niet meer opdagen. Na 1,5u wachten stonden we daar, de nacht viel (en dat gebeurt hier snel) en het begon te onweren. ‘s morgens hadden we ook al 35km moeten autostoppen omdat hier te weinig bussen reden. En een taxi voor die afstand kost 90 euro hier. Plots stopt een pick-up voor mijn neus. Moeder met kinderen. ‘Naar waar moeten jullie?’ ‘Papara’. Gelach. ‘Mon dieu, qu’est-ce que vous faites là?’ ‘Petit pension familial, pas trop poli, raté notre bus, blablabla’. ‘Venez, je vous depose’ ‘Ok merci’. Tien minuten later trakteert Moana ons eerst op MCDo (onze verhalen over ons pension deden haar zozeer lachen), haar man komt ook nog af, goed gelachen. Op het eind van de avond nodigen zij ons uit om de rest van de dagen bij hen te logeren: kwestie van toch een warm Polinesische ontvangst te krijgen, en wat dichter bij de actie te zitten. ‘Euh, merci, c’est trop gentil, mais cela n’est pas necessaire’. ‘Oui, j’insiste. Les enfant adorent de rencontrer des étrangers’. De dag erna zijn we verhuisd. Onwaarschijnlijk. We hebben vier dagen bij deze mensen gewoond, met hen gegeten, met de kinderen op één van de verborgen stranden gezeten (die toeristen niet vinden), en nougatbollen betaald. Een onwaarschijnlijk tof gezin, mix Frans-Polynesich, één en al altruistisch. Twee schatten van kinderen, eenvoudig maar hartstochtelijk huisje: een unieke ervaring. Heel veel gepraat, veel geleerd over Tahiti en de eilanden.
Het verhaal van de Cayennes en Hummers. De Fransen pompen hier miljarden euro per jaar binnen. De mensen verdienen hier door Franse ondersteuning 30%bruto meer dan in Frankrijk, en daarbovenop betalen ze geen belastingen. We begonnen stilaan te begrijpen waarom dit het paradijs is. En dan leven de mensen hier nog elke dag alsof het hun laatste is. Hier lenen mensen op 15jaar om hunnen dikke jeep te betalen. Fonctionnaires die hier komen krijgen waanzinnige loonsverhogingen, vaak logies op koste van de staat, en all this taxfree! Waanzin, en dit allemaal om Frans voet in de Pacific te houden. Fr-Poly is qua oppervlakte zo groot als Europa. Alle vliegtuigen die van Amerika (N&Z) naar Australië gaan, vliegen erover en betalen. Boten idem: kassa kassa. Verder het geo-politieke belang van Franse basissen in de Pacific te hebben. Hier leer je nog eens iets van geopolitieke en economische belangen.
Toch nog een dag naar een ander eiland gegaan, Morrea, ook deel van de Society-islands binnen Frans Polynesië. Scooter gehuurd om langs het eiland te cruisen, wel de typische droomstranden met hutten in zee gezien, minder auto’s, mensen die wel nog dag zeggen, en anderhalf uur drash national waar wij absoluut doormoesten knallen om onzen boot te halen. Zeiknat, maar schitterende ervaring.




Hoewel Tahiti ons niet gebracht heeft wat we verwachtten, wat we op de andere eilanden misschien wel hadden kunnen beleven, heeft ons verblijf bij dit gezin ons iets laten ervaren wat het meest tropische strand en idyllische omgeving ons niet hadden kunnen geven. We hebben een belangenloze gastvrijheid mogen ervaren die geen van ons beiden ooit ervaren hebben. Gelovige mensen, maar geen dwepers, die proberen in hun kleine wereld goed te doen. Locale mensen die eenvoudig, maar heel goed leven. Die geen luxe willen, maar wel veel reizen. Geen dure auto’s, maar wel reizen van Hawai naar Frankrijk en verder. Openhartige en open-mindend mensen, die de rijkdom des levens niet materieel maar in ervaringen uitdrukken. De familie Tixier: moge God hun belonen, of beter gezegd blijven belonen, want dit zijn echt heel gelukkige mensen. We gaan hier morgen met een klein hartje vertrekken. We hebben ongelofelijk veel zin in Nieuw-Zeeland, maar het geluk en de warmte die we hier ervaren hebben, zal ons altijd bijblijven.









































