Onze laatste dagen in Brazilië hebben we in een lekker hotelletje doorgebracht, een steenworp van de legendarische stranden, overdag op de stranden gelegen (onze ogen uit het hoofd gekeken en vooral veel moeten lachen met de aldaar rondlopende fauna), ook nog een dag de voor noodzakelijke was en inkopen (nieuwe travel guides voor Peru en Bolivië gekocht) en voor de rest 's avonds lekker naar Engelstalige TV gekeken (een luxe hier). Heerlijk om passief voor het bakje te liggen en alles letterlijk en figuurlijk op je af te kunnen laten komen, een verademing tussen alle geregel en gepingel door.
Onze mening over Brazilië, geventileerd in ons vorige bericht, is eigenlijk niet meer veranderd. Wat wel opmerkelijk is, is dat de mensen in Rio relaxer en vriendelijker zijn dan in de andere plekken waar we geweest zijn. En dit terwijl in de grootsteden je normaal het tegenovergestelde ervaart. Wel zijn we nog naar een tof nationaal park in de buurt van Rio geweest (in Teresopolis), waar we na een stevige klim een prachtig uitzicht hadden op de Dedo de Deus, de vinger van God. Na alles wat we hier hebben ondervonden, dachten we dat hij ons zijn middenvinger zou opsteken, maar het lijkt toch meer op zijn wijsvinger, nietwaar?

We hebben die laatste dagen nog met enkele back-packers gepraat, en diversen leken dezelfde ervaring gehad te hebben. Moet gezegd worden dat we eigenlijk tout court niet veel back-packers zijn tegengekomen in Brazilië, en dat de weinigen die veel noorderlijker zijn geweest dan wij, wel een hartelijkere ontvangst hebben gekregen. Opmerkerlijke ook dat tussen de weinige back-packers, we geen enkele andere zuid- of middenamerikaan (buiten de 2 Franse artsen die in Frans Guiana wonen) zijn tegengekomen, terwijl je die in de andere landen wel tegenkomt. Het zal dus wel een deel aan de regio liggen. We hebben slechts op 10% van de landoppervlakte (de driehoek Brasilia, Rio, Sao Paolo) gereisd, maar hier woont toch maar even 40% van de totale bevolking. Maar er zullen toch ook duidelijk andere factoren spelen.
We waren alletwee blij dat we aan een volgende avontuur konden beginnen, alleen vreesde één van ons beide (guess who) enorm voor de koude.
Op de Belgische nationale feestdag vroeg in Sao Paolo vertrokken, en naar Lima gevlogen. Daar aangekomen was het een opmerkelijk rit van de luchthaven naar het centrum van Lima. Het was een grijze dag die het ganse traject nog mistroostiger maakte dan wat we ooit gezien hebben. Het weer was grijs, er was geen groen (noch bomen, noch gras te bespeuren), overal stof, uitlaatgassen en smog, en zeer vuile straten en bouwvallige gebouwen. Het centrum van Lima hebben we op een namiddag gedaan. Twee mooie pleinen, waarvan de Kerk en de Staat uiteraard weer de mooiste gebouwen betrekken. Hieronder de katedraal en het aartsbisschoppelijk paleis. Voor de rest vuiligheid, uitlaatgassen en smog, waarvan je barstende hoofdpijn krijgt. Hier rijden ze duidelijk op rode mazout, met waanzinnig oude bakken (amerikaanse bakken van 30j oud en zelfs in die piekpleine daewookes gezeten (taxi) waarvan er één was met 520.000 km op de teller (en dan nog stadskilometers hé!))

De morgen erna onze eerste bustocht in Peru. Zonder verwittigen was onze rit gecancelled, en mochten we wachten op een andere (lees 'latere' bus). Ter plekke uitleg geven, doen ze uiteraard niet. Volgens ons was de bus niet vol genoeg, en vonden ze het dan niet de moeite deze te laten rijden. De tocht bracht ons uren door een grijze zandbak. Rond Lima is zo goed als geen boom te bespeuren, en het opmerkelijkst waren de sloppenwijken, die op de zandheuvels gebouwd worden.
De trip die ons in 6u naar Nazca moest brengen, werd 8 uur, waarvan vele door eindeloze woestijn. Wij waren hierdoor uiterst verwonderd, aangezien dit gebied tegen de kust ligt, en wij het iets groener verwacht hadden. De laatste uren van de namiddag kwam de zon erdoor (of misschien was er gewoon minder smog een paar 100 km van Lima weg), waardoor alles er een ander gezicht kreeg.

Aangekomen in Nazca, waren we uiteraard verplicht om met een sportvliegtuigje over de Nazca lijnen te vliegen, een van die wereldmisteries, waarvan ze niet weten, hoe en waarom ze daar zijn aangebracht, met vele hypotheses tot gevolg. Wat ons nog meer verwonderd, is hoe de lijnen zichtbaar blijven, in een stoffige omgeving als deze.
Verschillende afbeeldingen waren zichtbaar langs het traject, waarvan we er enkele, ondanks ons misselijkheid, toch binnen het vierkante van ons fototoestel kregen. We waren alletwee verrast door de afmeting van deze afbeeldingen. Ze waren telkens wel enkele vierkante meter groot, maar we hadden ze (duidelijk weer onterecht) groter voorgesteld (alsof groter per definitie beter zou zijn), weeral een voorbeeld van het gevaar van vooronderstellingen.

Een zicht uit het vliegtuig op het stoffige Nazca, een plek waar zonder dit door de Unesco beschermde werelderfgoed, geen toerist ooit zou afstappen.

's Avonds terug een nachtbus op, waarvan we gezworen hadden het niet meer te doen, maar er zijn geen dagverbindingen naar Arequipa. Arequipa, de door het gebruik van een bepaalde witte vulkanische steen, de witte stad genoemd, is ook een door de Unesco beschermde stad. Hier aankomen was na Lima en Nazca een verademing. Mooie stad, maar een vooral veel relaxere sfeer. De mensen hebben hier een gezonde trots, en door hun, uiteraard tikje commerciële, maar toch eerlijke behulpzaamheid, willen ze duidelijk dat de bezoekers van hun stad houden. En dat is toch de eerste keer dat we dat in Peru ervaren, beter laat dan nooit uiteraard. Hier wordt langere termijn gedacht, en ervaar je minder de sport om de éénmalig passerende tourist even in het zak te zetten.
Zeer mooie stadskerm, hieronder een foto van de katedraal op de Plaza des Armas, met de vulkaan Misti op de achtergrond.
We verblijven hier in een toffe hostel, vergelijkbaar met een Riad in Marrakech. Relaxe terassen binnen de ommuring, op elke verdiep van de hostel, en ondanks de hoogte van 2300m zitten we hier nu te bakken op het dakterras met zicht op de bergen.
Morgen vertrekken we op een tweedaagse excursie in de bergen, Canyon Land genoemd. Er is een gezegde dat wanneer God de maan en de aarde scheidde, Hij vergeten was het land rond Arequipa aan de maan toe te voegen. Dat beloofd... De twee canyons in de buurt van Arequipa, zouden de diepste van de wereld zijn, beiden tweemaal dieper dan de Grand Canyon in de Verenigde Staten. We zijn benieuwd en smachten terug naar wat mooie natuur.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten