vrijdag 26 februari 2010

Van economische wereldmetropool tot godvergeten boerendorp.

Op de vooravond van het Chinese Nieuwjaar zijn we op een nachttrein gestapt van Beijing naar Shanghai. Een trein om ‘u’ tegen te zeggen. Fonkelnieuwe hoge snelheidstrein, vol nieuwe snufjes, enorm comfortabel. China heeft verschillende van deze treinen, waarvan er enkele tot bijne 400km per uur gaan, zo’n 100 km/u sneller dan de Europese en Japanse tegenhangers, maar in een land van de afmetingen van China is dan niet onlogisch, behalve dat sommige uiteraard zullen zweren bij vliegen.

Op 14 februari, Valentijnsdag en de ‘Oudejaarsavond’ van het Chinese Nieuwjaar rollen we Shanghai binnen. Een stad met 15 miljoen inwoners, maar met naar het schijnt misshien wel 20 miljoen ongeregistreerde ‘migrant workers’. Dit zijn geen vreemdelingen, zoals in het westen, maar Chinezen uit andere streken, die naar de grote steden afzakken om er te werken, maar er niet officieel mogen wonen om de stadsvlucht niet in de hand te werken, en bijgevolg daar ook geen rechten hebben. Waarom ze dan toch naar de stad komen: werk en geld. Van het eerste krijgen we veel (werk), van het laatste minder (geld). Een arbeider in de bouw die 6 dagen per week aan 12 u per dag werk (dat is een 72u week he) verdient zo’n 160 euro per maand. Daar komen wij niet voor uit ons bed, maar aangezien dit per maand is wat een arme boer per jaar overhoudt aan zijn oogsten als alle kosten worden afgetrokken, is de rekening snel gemaakt. Sommige mannen trekken naar de stad, honderden of duizenden km van hun huizen, vrouw en kinderen. Meestal keren ze 1 a 2 keer per jaar naar huis. Voor meer hebben ze geen tijd en geld, want transport in China is duur. Vroeger mochten Chinezen zich niet verplaatsen, want volksverplaatsingen werkt controle door de overheid tegen. Maar aangezien de Chinese miljoenensteden goedkope arbeiders willen, moeten ze ergens gehaald worden. Ook in China wordt er al gesproken van te kort aan arbeidskrachten in bepaalde streken, stel je voor, in een land van 1,2 miljard inwoners.

Aangezien Chinees Nieuwjaar zo 1 moment is dat iedereen terug naar huis gaat, kwamen wij aan in een zo goed als verlaten Shanghai. Uiterst bizar. Bij ons duurt Nieuwjaar 1 dag, hier 1 a 2 weken. Met als gevolg dat iedereen reist, en wij daar middenin zaten met alle gevolgen van dien. Vanaf een week ervoor tot zo’n 2 weken erna, werden er zo’n 2,5 MILJARD verplaatsingen gemaakt met openbaar vervoer, zijnde bus, trein, vliegtuig en boot. En deze twee kiekens zaten ertussen. Als we daar nu maar eens rekening mee hadden gehouden. Alles afgeladen vol. Sommige routes tot 10 dagen op voorhand vol. Prijzen die maal 2 of 3 gaan. Maar als je daar tussen zit, dan zie je de echte Chinese bevolking. Alle lagen, alle soorten. Zoveel mensen en ongewilde contacten, dat je niet anders kan dan zelf wat Chinees worden. Geweld bestaat in China niet, maar hoffelijkheid ook niet. Hier wordt getrokken en geduwen om een zitplaats te krijgen. Voorgestoken en gedrumd. En dan word je gewoon hetzelde. Nooit mag enige agressie blijken, want dat is nefast in zo'n afgeladen land, maar een zak in iemands gezicht gooien, en elleboog in iemands nieren planten, pootje lap zetten om voor te steken, is toegestaan als het gebeurt met de nochalance van het toeval, zogezegd per ongeluk. En dan kan je aanvankelijk opteren om je niet te laten kennen en toch nog je hoffelijkheid te bewaren, maar je komt tot de conclusie dat ze dan nog met je lachen. Ja, met alle Chinezen, maar niet met den dezen. Dan spelen we het spel mee, en ik laat niet over me heenlopen. Dan maar de het recht van de sterkste, en groter zijn we nog altijd. En nooit een opmerking of vloek daarover, want ze zijn het gewoon. We zijn geassimileerd en volgen de regels.

Nog even over Shanghai. Shanghai was dus zo goed als leeg, maar dat maakte de eerste kennismaking niet minder interessant. Begin 20e eeuw, was dit het Parijs van het Oosten, en daar zie je nog sporen van. Schitterende Europese architectuur van 150 a 100 jaar geleden. Aan de overzijde van de rivier, tegenover de imposante gebouwen van de Europese imperialisten en kapitalisten van weleer, zie je dan het nieuwe Shanghai. De typische postkaart met een skyline om wederom ‘u’ tegen te zeggen, met als ik me niet vergis, het hoogste afgewerkte gebouw van dit moment. Je merkt aan alles dat China van deze stad zijn uithangsbord wil maken, en na de geslaagde Olympische Spelen in Beijing, moet de wereldexpo van 2010 voor Shanghai hetzelfde betekenen. Overal zie je reclame voor de Expo, en de massale volksheropvoeding is volop aan de gang. Borden in de metro om manieren aan te leren, meer politie op straat om verkeersregels af te dwingen en we hebben gehoord dat het ‘rochelen’ zou verboden worden, maar daar hebben we nog niet veel van gezien. En net als in Beijing de onteigeningen van vele honderduizenden vierkante meters om de goedkoop onteigende grond te verkopen voor woekerprijzen aan projectontwikkelaars die de stad nog meer aanzien geven. Voor de locale overheden is het onteigen van grond om met winst te verkopen trouwens een van de belangrijkste bronnen van inkomsten, want de geheven belastigen moeten overgeheveld worden naar het nationale niveau, maar de winst op verkoop van gronden kunnen ze in de locale kas (of vestzak) houden. Alles om Shanghai het nodige prestige te geven, en daar slagen ze ook in. Zo goed als elke hedendaagse toparchitect heeft trouwens creaties in China staan, waarvan niet onaardig wat in Shanghai.

Chinees Nieuwjaar was trouwens niet veel soeps, zoals wij dat kennen. Wij gaan uit en vieren uitbundig, maar hier wordt deze dag rustig in familiaal verband doorgebracht. Geen spetterende avond dus, geen straffe verhalen. Maar hier vieren ze dan wel 2 weken aan een stuk. Dat houden wij dan weer niet vol.

Na Shanghai zijn we afgezakt naar Hangzhou, een plek die de hoofdstad was van een van de vele opeenvolgende dynastieen in de keizertijd, wat een pachtige plek zou zijn. Aangezien dit toch in het westen een niet al te bekende naam is, verwachtten we een klein stadje. Kom je daar aan en is de situatie weer niet te overzien. Officiele inwoneraantal 6,16 miljoen. En deze plek was jammer genoeg niet verlaten, maar er waren misschien nog eens eens zoveel Chinese toeristen, dagjesmensen, kuddes toeristen met semaphonen die deze hotspot in hun Nieuwjaarsvakantie met de ganse familie aandeden. Wat ons betreft bleef er van het pittoreske ‘West Lake’ dan ook niets over. Bizarre plek trouwens deze stad. In verschillende opzichten weer een ander China dan we al gezien hadden, een soort Knokke. Garages van Ferrari, Lamborgini, Porsche, RollsRoyce. Aston Martin was in aanbouw. Maybachs die`rondreden. Ja dat is ook China. Hier zie je dan een gloednieuwe Ferrari, zo bollide die 300km per uur vlamt, met 5 McDonnaldpopjes op het dashbord geplakt, die zo gezellig van links naar echts wiebelen als ge een bocht pakt. In wagens die in Europa gebouwd worden om geen millimeter naar links of rechts over te hellen, plaatsen de Chinese eigenaars dan ‘wiebelpopjes’, want kitch vinden ze hier gezellig. En dan spreek ik nog niet over het ‘Kitty-kussentje’ dat ze rond de hoofdsteun doen, want die Ferrari vinden ze hier toch echt oncomfortabel. Of de gloednieuwe Mercedes 500 met pels of rieten matten over alle zetels, kwestie van die ongezellige Europese wagens wat te verchinezen. Een plek, net als Shanghai, waar je ziet dat China vandaag een land is met de grootste ongelijkheid tussen arm en rijk in de wereld, terwijl begin jaren 80 China nog een van de landen was met de kleinste kloof tussen arm en rijk.

Na de wereldsteden en hoogtepunten van Chinese kultuur van de laatste weken zijn we de laatste week nog eens ‘rural’ gegaan. Op naar het Chinese platteland, om het oude China te zien. Het China van vroeger, hoewel voor miljoenen Chinezen nog steeds het China van nu. We zijn in verschillende dorpen geweest die ongelofelijk pittoresk waren voor het oog, maar zo oncomfortabel om te wonen, zelfs om een paar dagen in door te brengen. Van 700 tot 300 jaar geleden waren sommige van deze dorpen rijke koopmansplekken, maar vandaag leven de mensen nog in de huizen van weleer, zonder dat deze zijn aangepast aan de noden van vandaag. Stel je Brugge voor waar 300 jaar niets aan gebeurd is. Armoede kom je op vele plekken tegen, maar hier woonden de mensen in de rijkdom van weleer, alleen in vervallen toestand. Prachtig om te wandelen, maar verschrikkelijk om te eten of te slapen. Typische Chinese rotzooi. Groenten wassen in de beek, naast iemand die kleren wast met zeep, iemand zijn kip aan het pluimen is, de afvoer van de huizen in uitkomen enzo. U ‘s avonds op bed laten vallen in uw nieuwe homestay om tot de conclusie te komen dat er geen matras op de bedden ligt. Wat een mens niet moet overhebben om het andere China te zien. Op een ganse week hebben we bijna geen enkele westerling gezien. Alleen tussen de Chinezen, waarvan er verschillende blijkbaar (ongetwijfeld terecht) afvroegen wat wij in die uithoek en miserie kwamen zoeken. Maar waarom witte mensen naar oude door de Unesco beschermde dorpjes komen kijken, ontgaat de locale mensen vaak. Maar het zal hun worst wezen, want ze kunnen er toch mooi aan verdienen. Aan elk dorp dat je komt moet je inkom betalen. Soms tot 10 euro per dorp. De beklimming van de Huan Shan, de gekendste berg van China, 20 euro toegang. Hier is echt niets gratis. Bij ons is de ‘gratis politiek’ van Stevaert oude koek, maar in dit nominale communistische China, waar al enkele decennia een economisch liberale koers wordt gevaren (in de domeinen dat het hun uitkomt weliswaar en onder hun voorwaarden), is er al lang niets meer gratis.

Vanuit deze dorpjes is het terug richting Shanghai gegaan, waar deze keer de stad terug op volle toeren draaide, om van daaruit naar Shenzhen te gaan, in het uiterste zuiden tegen Hong Kong. Vandaar de grens over, want de 30 dagen waren alweer opgesoupeerd. En China was niet het land waar we wilde testen wat er gebeurde als je je visum overschrijdt. Een dezer dagen, eens terug in Hong Kong, met terug vrije toegang tot alle internetsites die een moderne mens nodig heeft, zullen we zeker nog wat foto’s plaatsen om dit droge verhaal wat te kruiden of sappiger te maken. Jammer dat we geen geluid en geur kunnen delen, want China is toch een land dat je met alle zintuigen ervaart (vaak jammer genoeg), maar dat zal wel een goede voorbereiding zijn op ‘Incredible Indiaaaaaaaaaa’. Eerst nog wat dagen Hong Kong om het Indiase visum te formaliseren en de 4e maart beginnen we dan aan de allerlaatste etappe. Hopelijk zullen de laatste loodjes niet te zwaar wegen.

1 opmerking:

  1. Ik lig hier dus strijk he met die verhalen van China!
    We spreken snel af als jullie terug zijn he! Ik ben ondertussen al een viertal weken thuis, het is hier koud koud koud!
    xxx

    BeantwoordenVerwijderen