De tocht nam ons wel weer langs magnifieke landschappen (gelukkig duurde de tocht maar 6u). Peru heeft echt zeer mooie landschappen, kaal en majestueus in het deel dat we ons tot nu toe verplaatst hebben, maar zodra je in de bewoonde wereld komt, vinden we er niet veel meer aan. Vuil, grijs en stof is zo ongeveer de gemene deler, met uitzondering van de historische kern van een koloniale stad dan misschien.

In Puno, de bekendste stad aan de Peruviaanse kant van het Lake Titicaca, viel ‘s avonds plots alle elektriciteit in de stad weg. Pekzwarte nacht, met de straten vol mensen. Gelukkig zaten we toen in een restaurant en konden we rustig wachten tot het licht terug aanging.
‘s Morgens zijn we naar de drijvende eilanden van de Aymara’s geweest. Zij leefden ooit op land, maar toen de Inca’s tijdens hun veroveringen hun in het vizier kregen, vluchtten ze het meer op en overleefden in hun rieten boten op het meer tussen het riet. Zo ontwikkelden ze de kennis om echte drijvende rieteilanden te maken. Een zeer speciaal gezicht. Wat absoluut moet gezegd worden, deze mensen waren de opgewekste Peruvianen die we tot nu toe gezien hebben. Lachen en nog eens lachen, een ongelofelijk gevoel voor humor. Ze leven in alle rust op het meer, en worden vaak 95 jaar oud door het gebrek aan stress, veel vis, weinig ‘modern’ eten. Het was ook wel tot een toeristische attractie uitgegroeid, maar op een manier dat je er geen bezwaar tegen hebt. Tenminste nog een oprecht hartelijke ontvangst, en wonderbaarlijk hoe deze mensen nu al zo’n 500 jaar op die manier op het meer overleven. Dit meer zou het hoogst bevaarbare meer van de wereld zijn (op meer dan 3800 meter), het is tot 70 meter diep en bijgevolg het ganse jaar door ijskoud.
Daarna zijn we nog naar een ander eiland geweest, Taquile, maar buiten het zicht op het meer, en een leuke wandeling, waren we niet onder de indruk. We kregen een traditionele dans voorgeschoteld, maar zonder enige passie of oprechtheid uitgevoerd. Dit was zo'n toeristennummertje, dat je even goed niet gezien kon hebben. Het leek alsof ze dit zelfs tegen hun zin deden, misschien niet verwonderlijk als elke dag op helfzelfde uur een meute touristen je eiland overstromen met hun dure kleren, goede schoenen, fototoestellen en dergelijk en na hun leuke kiekjes je letterlijk en figuurlijk in de koude achterlaten.







Dan naar Bolivië vertrokken, Copacabana, ook aan het meer. Dit was echt een heel andere sfeer. Copa is zo’n back-packer stadje geworden, maar was van oudsher een bedevaartsoord. Deze week is zo’n bedevaartsweek (opbouw naar 6 augustus, die toevallig samenvalt met de Boliviaanse feestdag), en we hebben in dit aparte dorp al een hele hoop pelgrims gezien in de uitvoering van hun rituelen, een mengeling van katholicisme met inheemse gebruiken. Vreemde cocktail… Zeer bijzonder moment om hier te kunnen tussenlopen en de mensen hun wensen te zien uitbrengen. Hier ook nog eens een electriciteitspanne gehad 's avonds, maar die hebben we niet meer opgelost geweten.
Als je wil weten hoe mensen hier een voedselvergiftiging oplopen: zie hieronder...
De bedevaarders...


De eskimo's...
Dag 2 in Copa, zijn we nog eens een boot ingekropen (zo'n veredelde sloep met een motor aan), om naar het mytische Isla Del Sol te varen. Prachtig eiland, dat we op ons twee in 4u tijd van noord naar zuid hebben doorkruist, wandelend tussen de 3800 en de 4050m hoogte. Prachtige zichten op het Titicacmeer en de Cordillera Real, een Bolivaanse bergketen met 100'en toppen boven de 6000m hoogte! We genieten hoe langer hoe meer van met z'n twee rustig door de mooie natuur en landschappen te ploeteren, ver weg van de mensen en de vervuiling. Dit eiland heeft trouwens verschillende Inca sites. Heerlijke en vermoeiende dag...


Dan naar La Paz. Je denkt dat je een rustig 3u busritje hebt, en moet de bus op een ponton of vlot, waarvan je je afvraagd hoe het op zich al blijft drijven, laat staan met een bus en nog een terreinwagen erop. Maar zoals ze hier zeggen 'todo es possibile, nada is seguro'...
Dan aankomen in La Paz, een van de allerhoogste wereldsteden, op 3700m met de tweede hoogste top van gans Bolivië immer aanwezig op de achtergrond als je naar het zuiden kijkt. Maf zicht, een stad tussen de bergen gewrongen, bijna geen bomen te zien. Blijkbaar slechts 1 miljoen inwoners, en zeker geen 1000 bomen in deze stad. Elke bocht die je omslaat, zicht op volgepropte heuvelflanken. En toch vinden we beide dat deze stad iets heeft. Het felle zonlicht, maakt alles wat vrolijker dan het zou zijn met een grijze hemel uiteraard. Maar onze eerste dagen in Bolivië, zowel in het rustige Copa als in het waanzinnige La Paz, zijn qua sfeer zeer rustig verlopen. We weten niet of het al dan niet terecht is, maar we vinden de Bolivianen tot nu toe veel relaxer dan de Peruvianen.
En dan toevallig in een café aangespoeld, Sol y Luna, eigendom van een aantal Nederlanders en de keuken gerund door een Antwerpenaar. De Nederlanders zijn weer de ondernemers en kapitaalverschaffers, de Belgen de managers. Allemaal maffe levensverhalen, maar onzen Belg, Luc Ceuppens, kok en schrijver is ook weer een geval apart. Hij heeft trouwens verschillende boeken al geschreven, waarvan één met kortverhalen over La Paz, waarvan een deel naar een goed doel gaat hier. Caroline is het nu aan het lezen, en vindt het schitterend. Het is eigenlijk een fotoboek over LP, getrokken door de locale kansarme kinderen. Heel andere foto's dan de onze uiteraard. En dan de echt gebeurde kortverhalen van de jaren door Z-Amerika zwervende Luc erbij. Echt tof. Bestellen kan door storting op 979-5889136-77 met vermelding van naam en adres. Zijn ouders sturen het vanuit België op. De foto's zullen de komende maanden nog in Antwerpen en Leuven tentoongesteld worden.










In La paz is bar 36 he.... t is maar dat ge het weet LOL
BeantwoordenVerwijderenkatrijn
Caroline;
BeantwoordenVerwijderenGELUKKIGE VERJAARDAG! En hop, naar the big f* 30! Hahaa! Geniet ervan.
Ik ben nu toch stiekem jaloers op jullie reis...
xxx
Leslie