maandag 4 januari 2010

Laos: prachtig in zijn eenvoud...

Laos heeft ons in vele opzichten zeer aangenaam verrast.

Vanuit Bangkok vlogen we naar Vientiane. Het contrast kon bijna niet groter zijn. Een hoofdstad waar amper meer dan 200.000 mensen wonen. Vientiane ligt aan de Mekong, maar heeft niet echt veel bezienswaardigheden. De bezienswaardigheden die in de Lonely Planet staan maken ons ook niet echt warm. Je kan het ook geen mooie stad noemen. Toch zijn we gecharmeerd door deze stad. Wetende dat dit trage ritme, de weinige mensen en wagens, de hoofdstad van een land vormt met toch zo’n 6,5 miljoen inwoners is echt bizar. Hier zijn de mensen nu eens echt laid back, rustig en vriendelijk, geen geroep, alles gezapig. En een groot voordeel, de Franse kolonisten hebben een deel van hun keuken achtergelaten. Overal Franse restaurants, en kraampjes die baguettes verkopen. Of misschien is het gewoon terug ingevoerd met de terugkomst van de blanke toerist? Echte Franse baguetten, een welkome afwisseling in het dieet van noodles en rijst.



Volgende stop was Vang Vieng. Amper 150 km van de hoofdstad, op een van de belangrijkste verkeersaders van het land, en toch 3 uur verplaatsing nodig hebben met een mini-van. Een vak in elke richting, met wat auto’s, overladen vrachtwagens, fietsers, paard en kar en spelende kinderen. De weg was geasfalteerd, waarschijnlijk door de Chinezen die voor miljoenen dollar infrastructuurwerken in Laos uitvoeren om zo cultureel en commercieel hun invloed dieper in de regio te kunnen doen voelen. Alle wegen die op deze baan uitgaven, waren daarentegen nog stoffige zandweggetjes.

Vang Vieng was een lelijk plekje, gelegen in een prachtige setting. Tegen een karstgebergte, omringd met velden, een rivier, grotten en poelen, zal ooit een basic dorpje gelegen hebben tot een bende hippies de schoonheid hiervan inzag. Met als gevolg dat meer en meer mensen komen, tot Belgen aan toe, er zoveel gebouwd wordt dat het dorpje op zich verschrikkelijk wordt. Wsl is 90% van de inkomsten van dit dorp gelinkt aan miserabele rugzaktoeristen. Maar vanaf je aan de rand van het dorpje was, aan de rivier, zag je de schoonheid van de plek. Georganiseerde excursies hebben we op 3 uitzonderingen na sinds Australie al niet meer gedaan van in Zuid-Amerika, en we hebben daar hoe langer hoe minder zin in. Als het niet onmogelijk is, doen we het op ons eigen. Fiets huren, en zonder plan (wegenplan en tijdsplan) de rivier over en fietsen tussen velden, karstgebergte, locale dorpjes bestaande uit enkele hutten langs dezelfde zandweg. Fietsen, kijken, begrijpen, genieten, en af en toe taxi spelen.







Volgende stad, Luang Prabang. Een door de Unesco beschermde cultureel erfgoed, en een van de hoogtepunten zo ver van onze reis. Prachtige plek. Het oude gedeelte ligt op een lange landtong tussen de Mekong en een andere rivier die in de Mekong vloeit. Een aantal banen vol Frans koloniale gebouwen en Bouddhistische tempels. In de Lonely Planet omschrijven ze deze plek als ‘perhaps the most sophisticated, photogenic city in het whole of South-East Asia’. Nu zijn we doorgaans nogal kritisch, t.o.v al die supperlatieven in de Lonely Planet, maar deze keer kunnen ze het wel eens bij het rechte eind hebben. Het is hier ongelofelijk rustig qua verkeer, mensen en toeristen, en op een vreemde manier toch bruisend. Zeer stijlvol, zonder trendy te zijn. Een ideale plek om wat dagen door te brengen, te wandelen in het stadje en aan de overkant van de rivieren in de keuterdorpjes, wat te lezen en lekker te eten. Een goede keuze om Nieuwjaar te vieren. Onze eerste Nieuwjaar ver van huis, zonder familie en vrienden, maar in een letterlijk en figuurlijk warme setting. Oudjaarsavond was gezellig maar rustig (hoewel we jullie uiteraard enorm gemist hebben), gaan eten, naar de meest trendy bar van’t stad (maar dat was een lachtertje) en rond 2 u bed in. Voordeel, een 1e januari met de kleinste kater ever.









Hier nog verschillende mensen ontmoet, maar twee springen eruit.

Jean (Zwitser en rechts op foto) en Nico (Duitser en links op foto), hebben we tot driemaal toe op de bizarste moment en plek tegengekomen. Jean reist al 30 jaar 3 maanden per jaar, en de rest van het jaar werkt hij wat in Zwitserland. Nico heeft een groot deel van zijn leven als executive in de toeristische sector gewerkt en bijgevolg ook veel gereisd. Jean woont gedeeltelijk in Java, Indonesie, en Nico had net een pied-a-terre gekocht in zo’n keuterdorp aan de overkant van Luang Prabang. Alletwee op hun manier zo zot als een deur, straffe verhalen, maar twee kerels die Zuid-Oost Azie zo goed als van buiten kenden, zowel gegrafisch als qua gewoontes en gang van zaken. En beide met een hekel aan blanke toeristen. Wat zijn wij dan? We zullen ons maar vereerd voelen dat ze eens een uitzondering maakten zeker?


Een ander koppel, naam nooit geweten en onbelangrijk, zijn de laaste 10 jaar van hun leven aan het reizen. Sinds hun 60, ondertussen dus 70, en voordien nooit gereisd, behalve de jaarlijkse 2 weken vakantie in een of ander zonnig Europees land. Dit is echt een verhaal dat laat zien dat alles mogelijk is, het nooit te laat, zolang je de moed en gezondheid hebt om avonturen aan te gaan. Ze verhuurden hun Engels huis en leefden daarvan samen met een pensioen, reeds tien jaar en zonder plan om ermee te stoppen. Hun kinderen zijn trots en soms jaloers op hun vrijheid, en de kleinkinderen reizen soms met hun mee. Elk jaar gaan ze een kleine maand terug naar Engeland om bij de familie te zijn en voor de rest Skype, internet en mobile phone.

De interessantste reizigers zijn vaak toch ouderlingen, vol ervaringen en een eigen en eigenzinnige kijk.



Ondertussen sluiten we Laos af. Normaal zouden we naar het zuiden reizen en zo in Cambodja trekken, maar de grens overgang tussen Laos en Cambodja is een ‘on-officiele’. Dat betekent dat je vooraf een visum moet regelen, wat steekpenningen aan de grens schuiven, ‘stempelrechten’ zoals ze dat noemen. Maar omdat het reizen ons verschillende dagen over land zou nemen, en we rustig wilden genieten van Luang Prabang, beslote we om naar Siem Riep, Cambodja te vliegen. Finaniceel niet aantrekkelijk om in de piekperiode vanuit een communistisch land met de nationale maatschappij te vliegen, maar wel wat comfortabeler.
Het volledig ingesloten Laos, net als het ingesloten Bolivie, zijn twee landen waar we niet per se veel van verwachtten, maar die ons alletwee enorm verrast hebben. Naar Laos komen we zeker eens terug. We hebben hier ook vele Thaise mensen ontmoet, die uit nostalgische reden naar hier komen, omdat Laos is zoals Thailand 30 jaar gelden, en Luang Prabang zoals Chiang Mail 30 jaar geleden. We hopen dat de bevolkingsgroei en economische groei van dit agrarisch land het pittureske, eerlijke en rustige niet zal verstoren. Maar we weten dat de evolutie niet te stoppen zal zijn, en bij deze hebben we er ook zelf toe bijgedragen. Prachtig, een terugkomer voor in de nabije toekomst eens in al zijn hoeken te verkennen. En nu, op naar Angkor!

1 opmerking: