vrijdag 14 augustus 2009

Over schoonheid en viezigheid...

Na Potosi zijn we naar Tupiza gereden. Gehobbeld is meer het woord, want van de 8 u durende rit was er na het verlaten van de stad Potosi geen meter asfalt meer. Stoffige weggetjes, en als je de pech had met de bus achter een ander voertuig te hangen, kon je het stof in je mond proeven in de bus. Hieronder publieke commotie, toen we 5 u zouden moeten wachten door een wegblokkade omdat ze aan de weg waren aan het werken. Gelukkig kon dit voor onze Boliviaanse medereizigers niet door de beugel, en de druk die die ene wegewerker te verduren kreeg, werd zo groot, dat hij ons doorliet. Waarschijnlijk dacht hij dat we het dan maar zelf moesten weten als tgv de dynamiet explosies rotsblokken op de weg konden vallen.





Tupiza wordt het wilde westen van Bolivia genoemd. Dit stadje ligt op de weg naar Argentinië, waarvan we nog maar een paar uur verwijderd zijn. Wat nieuw was voor ons is dat dit de plek is waar de legendarische Sundance Kid met zijn companjero zijn gestorven bij een mislukte overval op de payrol (lees 'geldkoffer') van de mijnwerkers.

We hadden in Tupiza afgesproken met Iris en Lars, een tof koppel uit Mechelen nota bene, die we onderweg van Copacaban naar La Paz hadden leren kennen. Onze plannen voor Bolivia trokken op elkaar, buiten de volgorde. Aangezien we alle vier het legendarische Zuid-West circuit wilden doen, hebben we ons zo georganiseerd dat we dit met vier konden doen, dan weet je ten minste met wie je vier dagen dag en nacht samen in de jeep zit, en op de kamer slaapt. Maar daarover later meer.

In Tupiza hebben we ook zo'n echte Wild West storm meegemaakt. Enorme wind, de hemel werd grijs van alle stof dat rondzweefde, als je buitenkwam moest je een sjaal rond je gezicht wikkelen want het stof geselde je gelaat, stofbalen en plastiekzakken zweefden rond, de laatsten tot 10 m hoog en alles wat niet vastzat was een speelbal voor de wind. 's Avonds de elektriciteit voortdurend aan en uit en s' morgens alle internetverbindingen onmogelijk. Spannend. Het enige wat ontbrak waren de klepperende klapdeuren zoals vroeger in de 'saloons' hingen.





Een dag samen wandelen tussen maffe bergen, een gevolg van eeuwenlange erosie door wind en water.





Doorheven kloven kruipen...





Samen op hellingen kruipen om een stoere foto te kunnen trekken...





En op paden waar helemaal geen toeristen komen de gevolgen van de opkomende Boliviaanse consumptiemaatschappij en hun "je m'en foutisme" te aanschouwen. Wie een busninessplan wil opstellen voor afvalverwerking in Zuid-Amerika, ik ben er zeker van dat dat het nieuwe goud van de toekomst zal zijn.





Op datzelfde pad, af en toe weer een verdwaald huis. Je vraagt je dan af waar deze mensen van leven in dergelijk droog klimaat, geen electriciteit noch lopend water, te droog om groenten te plannen en een paar uur lopen van de bewoonde wereld.





De dag erna ons avontuur begonnen. We hadden ons nog ontfermd over een medelijwekkende Deense die al dagen in Tupiza zat, en blijkbaar geen jeep vond om het South-East circuit mee te doen. Ja Edwin, het was weer een van Copenhagen, en juist hetzelfde gezever als we als eens hebben meegemaakt met één van daar. Dit circuit begaf ons tegen de grenzen van N-Argentinië en N-O Chili.

Na een eerste dag rijden, een eerste stopplaats om te slapen, op 4200 meter. We waren nog vol goede moed, maar hadden toch onze eerste fles Pisco Sour nodig. Niet te zuipen, maar alcool is alcool, en met een barre nacht voor ogen was dit het belangrijkste. (Er stonden ons trouwens 3 nachten te wachten, van slapen in barakken of stallen, buiten -15 à -10 graden, kamers zonder verwarming, electriciteit tussen 7 en 9 's avonds en een golfplaten dak boven ons hoofd)





Tijdens die 4 dagen was tanden poetsen het enige dat we gedaan hebben aan hygiënemaatregelen. Geen warme douches, en ijskoud behalve 's middags, dus allevier hebben we vier dagen en vier nachten niet van kledij verwisseld (niets, misschien een paar sokken daargelaten) en uiteraard niet gewassen. Het water was er zelfs te koud om je tanden of handen te wassen. Tanden poetsen dan maar met gebotteld water, en handen wassen met ontsmettingslotion. Zolang je je kleren niet uitdoet valt dat mee, maar toen we finaal de 5e dag terug in La Paz aankwamen, hebben we enorm genoten van een warm douchske uiteraard.





Vier dagen hebben we rondgereden tussen de 4000 en de 5000 meter. Vaak stonden we op punten die hoger zijn dan het hoogste punt in Europa, de Mont Blanc. Hoewel de lucht prachtig lichtblauw is, is het dan nog steeds net onder nul als de zon nog maar even op is. Freeeezing...





Met onze Nissan Patrol door menig bevrozen rivier moeten ploeteren, af en toe een andere 4x4 eruit moeten trekken of duwen, want op een ijsspiegel draait zelfs een LandCruiser wel eens door.





Door eindelozen woestijnen gereden. Eindeloze zandmassa's met op de horizon bergen en vulkanen met toppen tussen de 5 à 6000 meter. Wij rijden hier zelf op plateaus op 4000 meter.





Prachtige vulkanen en lagunes, tientallen in verschillende kleuren tgv de verschillende mineralen. Hieronder zijn we aan laguna verde aangekomen, die op dat moment nog niet zo 'verde' was. De lagune bevat een tiental mineralen, maar vooral arsenicum en magnesium. Omdat er nog geen wind was, was de lagune nog niet groen, maar een prachtige spiegel die de 5800 meter hoge vulkanen errond weerspiegelde.





Na wat wachten stak de wind op, en zagen we de lagune voor onze ogen veranderen in een lichtgroene oppervlakte. Een prachtig kleurenspectakel.





Later die dag geisers gezien, met kolkende modderpoelen. Stinkend naar rotte eieren, een schouwspel van de geothermische aktiviteiten in deze vulkanische regio. We stapten uit de jeep, en Lars zei nog, "Het stinkt hier naar zweetvoeten". Ik nog zo stom om te zeggen dat ik mijn schoenen even had uitgedaan, maar hij grapte met de buitenlucht uiteraard. Zweetvoeten is trouwens een illusie als je op een paar uur na 24u bevroren voeten hebt.

In een westers land zouden hier hekken hebben rondgestaan. Hier uiteraard niet, wat het alleen maar mooier maakt. Gevaarlijker ook, want je kan tot 3e graad brandwonden krijgen, alleen van de gasdampen alleen al!








Het ochtendritueel: uit onze barak kruipen, amper of niet geslapen door de koude en onze jeeps inladen. Dit kan snel gaan, aangezien we allemaal met al onze kleren sliepen, behalve den dappere Lars, die in zijne poolslaapzak in zijn boxershort ging liggen (en de zot sliep dan nog iedere nacht het best en warmst van ons allen). Wij sliepen met onze broek (overdag droegen we trouwens 2 broeken over elkaar tegen de wind!), drie truien en een muts aan!



Stoom die uit de kieren van de aarde opspoot. Moesten dat nu eens beheersen om hun barakken te verwarmen...



Ons gezellig ontbijt in primitieve omstandigheden en met nog primitiever eten...



Nog woestijn, met prachtig geërodeerde rotsformaties...




Nog lagunes (dit was trouwens een privé lagune, net buiten het nationaal park. Je vraagt je af wie een lagune wil in de middle of nowhere, maar als je het zicht bekijkt, en het goed draaiende restaurant en hotel, weet je weer waarom.)
We hebben hier honderden flamingo's gezien. In de zomer zouden er tienduizenden zijn, maar als je een paar honderd dieren ziet die je anders alleen in de zoo ziet, en met Miami associeert, en toch op 4200 meter ziet: Prachtig gewoon.



Een nog actieve vulkaan... (neen, dat is geen schouwpijp van een huisje op de top!)


Gekke formaties tgv de uitgebraakte lava...



Een blik op ons 'zout-hotel', gemaakt van blokken zout van de grootste salar van de werld, die van Uyuni, onze derde nacht en vierde dag. Deze salar bezit 60% van de wereldvoorraad aan lithium. Benieuwd hoelang dit nog nationaal park zal blijven, wat trouwens nu al niet belet dat er zoutwinningsactiviteiten zijn, maar het zout genereert zich toch. De zoutlaag is trouwens 2 tot 20 meter dik, dus hier kunnen blokken, tafels en hele stoelen zo uitgesneden worden.



Magnifieke zonsopgang om half zes 's morgens aan een temperatuur die wij allen aan -10° schatten, behalve de gids uiteraard die het warm vond. Op een winderige nacht gaat het op deze op vlaktes tot -30° in deze wintermaanden!










En dan in deze voor je zover als mogelijk kon zien witte zoutvlaktes, plots eilanden (bergtoppen die boven de zoutmassa uitkomen) eilanden vol cactussen, hallucinant...
Cactussen groeien 1 cm per jaar. De grootste cactus was 12 meter, begin maar al te rekenen hé...


Een bewijs van hoe ik Caroline op handen draag...


Dan met Lars waanzinnig in het bier gevlogen, want van al dat zout word je dorstig...



Ongelofelijk gesnoept...


Dan zoveel naar het WC gemoeten, dat de vrouwen tonnen WC papier moesten aansleuren...


Om dan uiteindelijk het niet meer te zien zitten en ons nietig te voelen in al dit natuurgeweld...


Ons laatste luxueuze middagmaal, en we konden terug naar de bewoonde wereld.

Van Uyuni met de nachttrein naar Oruro. Van Oruro de bus naar La Paz. In La Paz gewassen, lekker gegeten in het café van de gekke Belg, onze Luc, en dan de bus naar Cuzco, voor ons laatste groot wapenfeit in Zuid-Amerika, Machu Pichu.

1 opmerking: