woensdag 25 november 2009

Kuala Lumpur: Petronas, pero nada mas

Kuala Lumpur riep bij ons enkel het beeld op van de Petronas-Towers. Het hoofdkwartier van de nationale petroleummaatschappij Petronas, het hoogste gebouw ter wereld tot in 2001 in Taiwan een hoger is gebouwd (welk in de volgende jaren door een nog hoger in China, Sjanghay als ik me niet vergis, zal voorbij gestoken worden), een tot de verbeelding sprekende building die figureerde in de film Entrapment met S.Connery.

Hieruit hadden we foutief afgeleid dat de ganse stad de innovative toer was opgegaan, stijl Singapore, maar dan in een light versie ervan. Maar de light was dan toch erg light. Buiten deze building, waren er uiteraard nog veel recente gebouwen, maar niet architectonisch de moeite.




Architectonisch meer de moeite waren de vele moskeeen, waarvan trouwens ook geen enkele door een Maleisier is ontworpen. De oudste rechtstaande is een mooi gelegen moskee, een oase in het hart van een enorm vervuilde en drukke stad, op het einde van de 19e eeuw door een Brit ontworpen.



Verder nog een van de allergrootste moskeeen van Azie gezien, weer talrijke Chinese tempels en enkele Hindu.

Zoals gezegd was de stad waanzinnig vuil. Buiten het up-market gedeelte met de chiquere buildings, maar vooral wederom waanzinnige shopping malls, zagen we ‘s avonds trottoirs waar geregeld ratten liepen, en op sommige plekken vele tientallen kakkerlakken op een vierkante meter bij elkaar zaten de vetzakkerij van het trottoir te likken. Dat ging toch lichtjes in tegen het beeld dat wij van KL hadden. Qua veiligheid ook in niets te vergelijken met Singapore, zoals blijkt uit sommige bijzondere 'verkeersborden'.


Verder nog eens een grensje verlegd. Hoewel ik alleen vis apprecieer als die gefileerd op mijn bord ligt, heb ik een Taiwanese 'doctor-fish' massage ondergaan. Honderden vissen die de dode huidcellen van je voeten happen. De eerste minuten bijna niet uit te houden, maar het werd beter na een paar minuten.





Met een stel propere voeten en echt waar een relaxer gevoel verder de drukke stad in, naar Merdeca Square, waar de koloniale gebouwen en de high rise samen het decorum vormen.





Er zijn twee dingen die ons sterk zijn bijgebleven: wederom de vreedzame samenleving tussen verschillende bevolkingsgroepen en de waanzinnige hoeveelheid naamaakproducten van slechte tot vrij goede kwaliteit.

Het interessantste aan het kosmopilitische KL is toch weer de vreedzame samenleving tussen bouddhistische of taoistische Chinezen, Tamil Indiers en Malay Muslims. Jonge koppeltes van verschillende ethnische groepen die hand in hand lopen is wel mooi om zien als je weet dat hier eind jaren 60 nog rassenrellen met verschillende doden zijn geweest. De politiek is en was hier sinds de tijd van de sultan van Melaka in handen van Malay muslims, maar de Chinezen runnen toch maar weer de economie. Duidelijk waar het geld zit, en de invloedrijke Malay clans in de politiek runnen hun land nu ook niet op de manier dat Transparantie International hun hoog kan ranken op hun jaarlijkse ‘Corruptie-vrije en transparante bestuur onderzoek’. Het gevolg van de rellen eind jaren 60 is wel dat de overheid duidelijk 1 Maleisie promoot, want de ene bevolkingsgroep kan duidelijk niet zonder de andere. Het geld van de Chinezen is vooral ontontbeerlijk en de allergoedkoopste arbeid gebeurt door de Indiers. Een uurloon voor de opdiener in een food court ligt op 0.8 eurocent per uur of 5u werken voor twee McMenu ‘s (neen, we eten dus nog steeds deze rotzooi om eens iets anders binnen te krijgen dan noodles en rijst) of 2u voor een blik bier van een halve liter in een 7eleven nachtwinkel. Maar zonder een sociaal vangnet moet je hier wel werken.

Het volgende wat we nog nooit in deze getallen gezien hebben is de namaak. In waanzinnige aantallen, van slechte maar soms ook van goede kwaliteit, de gebruikelijke kleding, schoenen en handtassen, maar ook parfums, horloges, pennen en ga maar door. En open en bloot op waanzinnige grote markten. Afdwingen van merkenrechten hoort hier duidelijk niet bij de prioriteiten. Er moeten hier fortuinen aan verdiend worden.

Wat het eten betreft kunnen we al geen Chinees of Indisch meer zien en we zijn nog niet in China of Indie aangekomen. Waar een Chinees in Belgie een ruime kaart heeft, met het beste uit alle streken, en de exotische rommel als varkensneuzen en kippepoten uit zijn soep laat, is hier de keuze steeds beperkt tot de gerechten uit de streek waar de Chinees in kwestie uit komt, en gericht op de Chinezen uit dezelfde streek: echt Chinees dus waar je 70% niet wil van eten. De enkele malen Indisch was op zich niet slecht, maar zo pikant dat je na een paar happen niet meer kan. Die laatste 3 maanden van onze reis gaan echt de grootste cultuurshock van ons leven worden en een ware uitputtingsslag. Dat is nu al wel duidelijk.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten